Home Columns "08 - "09 4 Gastvrijheid
4 Gastvrijheid Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 31 October 2008 15:56
We zijn tamelijk gemakkelijk in het zeggen: “kom maar binnen”. Een enkele keer komt het niet uit, maar als mensen interesse tonen zijn ze al snel welkom. Zo ontmoetten we bij een kennis Manu. Manu bleek een interessante man die onder andere alles af weet van het zelf maken van likeuren. Hij noemt er uit de losse pols een rij op. Hij bespeurt onze interesse, verdwijnt en komt een half uurtje later terug met “proefmateriaal”. Het zal wel een afwijking zijn, maar ik zeg daar niet makkelijk nee tegen. Zijn likeur blijkt werkelijk prima te drinken. Ondertussen hoor ik van hem dat hij geïnteresseerd is in onze manier van leven. Wel, bij (na) een goed glas zeg je dan al gauw “kom toch langs”. Hij accepteert dat ook direct en reeds de volgende dag meldt hij zich met zijn vrouw aan de kade. We zijn voorbereid en onze wijn kan zijn goedkeuring weg dragen. Het spijt hen uiteindelijk zeer dat ze een afspraak hebben staan waardoor ze na een uurtje weg moeten. Ze hebben gehoord dat wij het plan hebben om de volgende ochtend te vertrekken en Manu zegt dat dat hem nu spijt, want anders had hij ons voor de volgende dag voor de lunch kunnen uitnodigen. Mijn antwoord is zeer snel: “ach, we zijn niet werkelijk gehaast”. En zo worden we alsnog uitgenodigd om de dag daarop bij hen de lunch te gebruiken. Hij belooft ons een lunch met alles uit eigen tuin en/of met producten van buren. Het eerlijke koken van dagverse producten dus waar ze in de campagne sterk in zijn. Aangezien we hier aan de rand van de Bourgogne zitten ben ik ook wel benieuwd wat dat oplevert.

We worden allerhartelijkst ontvangen in de zomerkeuken. Die bevindt zich in het souterrain, is buitengewoon sober ingericht maar biedt ruim plaats aan een grote eettafel en aan een uitstalling van diverse producten. In de van daglicht afgesloten kelder ernaast toont hij ons de overige producten en een stel enorme vriezers. Dat is in de eerste plaats al nodig voor alle producten uit eigen tuin die een hoeveelheid oplevert die niet direct te consumeren is. Ook organiseert hij nog het nodige samen met zijn buren, zoals slacht en wild. Daarna worden we rondgeleid in de tuin. Ik ben geïmponeerd. Werkelijk van alles is er te vinden. Zelfs heeft hij hier zijn eigen aspergebedden. We zijn er midden in het seizoen van de asperges en ik hoop dat we ook daar wat van kunnen proeven. Het aperitief (12.00 uur) is reeds overvloedig. Hij wil graag zijn mening over diverse wijnen met ons delen respectievelijk bij ons toetsen. Veel wijnen uit de eigen regio, die wel drinkbaar zijn, zoals enkele Nederlandse vrienden dat met een overmaat aan understatement plegen uit te drukken. We proeven steeds vrolijker mee en de loftuitingen zijn niet van de lucht. Dan komen de schalen op tafel. Alles verse producten waar weinig mee gerommeld hoeft te worden om er een feestmaal mee te bereiden. En uiteraard zijn daar aparte wijnen bij uit gekozen. Ja, ook de een uurtje geleden gestoken asperges komen op tafel. Het kan niet op en de stemming is uitstekend. Onnodig te zeggen dat we bij de kaas nog een buitengewoon mooie en volle Bourgogne hebben die we met gesloten ogen naar binnen laten glijden. Dessert en dus tijd om de nodige likeuren ter tafel te brengen. En uiteraard: proef je de een, dan moet je ook de andere eer aan doen.

Buitengewoon energiek kondigt Manus daarna aan dat we de omgeving gaan bekijken. Hij geeft de autosleutels aan zijn echtgenote en dirigeert de dames voorin, zodat we achter in het een en ander nog eens de revue kunnen laten passeren. Ook buiten zien we veel moois, maar in deze stemming ziet de hele wereld er sowieso buitengewoon rooskleurig uit. Na een half uurtje dirigeert hij zijn echtgenote een smal weggetje in dat bij een prachtige oude watermolen uit komt. Even een biertje voor de dorst kondigt hij aan. Ik denk dat het een café of iets dergelijks zal zijn, maar nee, het is een kennis die hier woont. Ook hier desondanks niets dan gastvrijheid. We drinken ons biertje en als de gastheer en –vrouw horen dat ik internetcontact zoek word ik naar hun huiskamer gebracht om daar van de computer gebruik te kunnen maken. Voort maar weer daarna. Dicky fluistert mij in dat ze langzamerhand niet meer in staat is om een fatsoenlijk Frans gesprek te voeren. Als oplossing heeft ze bedacht dat we nu naar huis moeten omdat we bij onze buren nog een tupperwaredoos soep zouden afgeven. Dus worden niet onze fietsen opgehaald maar rijden we langs het kanaal om even die boodschap te kunnen doen. En verder geen sprake van vertrek, nog even een hapje voor de avond (de casse-croûte).

Daar hebben we de gelegenheid om de nog niet geproefde likeuren ook de revue te laten passeren. Trots wordt daarna een fles wijn geopend die de naam van de gastheer draagt. Deze blijkt wederom uitstekend drinkbaar, dus wordt ons ook nog een fles mee gegeven. Uiteindelijk belanden we toch nog bij onze fietsen. Gelukkig is de route terug heuvel af en er zijn nauwelijks zijwegen en in de avond is het Franse platteland gebruikelijk uitgestorven. Terug bij de boot roepen onze Amerikaanse buren dat de soep overheerlijk was en of we nog even een wijntje komen drinken. Ach, nu we toch bezig zijn kan dat er ook nog wel bij.

TON