9 Kussen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 05 December 2008 14:33
Toen we pas kort in Frankrijk woonden schreef ik er al eens over. Je denkt dat die Fransen elkaar altijd en overal kussen, met ook nog subtiele verschillen tussen twee, drie of zelfs vier keer. Iemand probeert het je een beetje uit te leggen, maar vervolgens is de praktijk natuurlijk toch altijd weer ingewikkelder. In de aanvang viel het ook wel mee. Je kent nog niet zo veel mensen en de bevriende Fransen hebben wel door dat die Nederlanders het niet snappen. Ze geven zelf dus direct de toon aan. Later gaat je horizon zich uitbreiden en volgt het lidmaatschap van een club en kom je ook anderszins mensen een volgende maal tegen. Nu wordt er gewoon eigen initiatief verwacht. Door hoofd en handbewegingen scherp in het oog te houden kom je er dan dikwijls nog wel achter wat er van je wordt verwacht. Na geruime tijd ben je vervolgens zo bekend met iedereen dat er dan gewoon geen uitzonderingen meer bestaan.
Naarmate de tijd vordert zijn wij inmiddels gewoner voor hen en heeft men zelfs in nieuwe omgevingen niet altijd meer in de gaten dat je op vele terreinen nog steeds improviseert. Nu wordt het ingewikkelder! Zo zie ik in het koor waarin ik zing mensen binnen komen en links en rechts handen schudden en kussen uitdelen. Wie wel en wie niet? Men zal de een wel langer kennen als de ander of meer bevriend zijn, denk ik. Nu is het handen schudden niet zo moeilijk. Dat doet men in vele landen vaker dan wij in Nederland gewend zijn. Gewoon een hand geven is veilig en altijd goed. Soms zelfs als je in een winkel wat langer met eigenaar of winkelbediende hebt gepraat. Kom je echter langer in een groep, zoals het koor, dan merk je dat er meer verwacht wordt, soms. En dat “soms” maakt het dan weer ingewikkeld. Let wel, het koor bestaat uit honderd man/vrouw in een verhouding 40/60. Ik zie me nog niet zestig dames langs gaan om kussen uit te delen. Op grond waarvan en wanneer dan een enkeling wel, zonder dat die denkt waarom ik of, nog erger, een ander waarom ik niet? Een mens kan vol zorgen zitten.
Nu heb ik hier het volgende op gevonden, dat gelukkig ook niet zo moeilijk is omdat het gebouw waarin we repeteren aan de haven staat: Ik ben gewoon altijd de eerste die aanwezig is. Nu kan ik mij strategisch opstellen in de nabijheid van de deur en laf afwachten wat er gebeurt. Dat werkte vooralsnog prima. Men komt langs mij en uit subtiele hoofdbewegingen weet ik meestal wel af te leiden wat er naast het handen schudden van mij verwacht wordt. Een stuk of vijftien, zo schatte ik op enig moment in, verwachten gewoon twee kussen. Het systeem werkte perfect. Tot we een heel weekeinde in een ander gebouw repeteerden. Ik weet ook daar als eerste aan te komen. Een groot lyceum met labyrinten van binnenplaatsen en gangen. De directeur die naar Franse traditie in de school woont, ziet me aan komen en ze komt zo spontaan op me af dat het weer niet ingewikkeld is. Ze laat me zien waar we zingen en vraagt me of ik in staat ben op haar computer richtingbordjes te maken en die vervolgens op te hangen, zodat de rest zelfstandig bij de zaal kan komen. Mais bien sûre, dat doe ik even. Ik ga aan de slag en even later ben ik druk doende de bordjes op te hangen. Daarna even computer afsluiten en opruimen en dan ………………………. blijkt inmiddels iedereen ongeveer al aanwezig te zijn. Honderd man/vrouw door elkaar lopend. Welke waren het nu ook alweer die…..?
Ik sla me er manmoedig doorheen en kus alleen niet als er duidelijk afstand wordt gehouden en dat zijn er maar een paar. We zien wel in het vervolg. Bij veel gedrang zwaai ik en roep “bonjour” naar “tout le monde”. En voor het overige improviseer ik maar op goed geluk, hoewel je je dan toch weer deerlijk kan vergissen.
Zo waren wij in het kader van het festival “Table ouvert” een avond te gast op het kasteel Champlong. Een plek die we al kenden vanwege een kookworkshop die ik daar heb gedaan. Een drukke avond bij gelegenheid van zo’n festival, waarbij naar schatting ook zo’n honderd gasten aanwezig waren waarvan velen hartelijk welkom werden geheten door de charmante gastvrouw. Bij onze binnenkomst was zij al druk ergens in gesprek, dus wij verdwenen met onze groep gelijk richting onze tafel. Na afloop van een mooie avond zag ik een complete rij staan voor de arme Odile. Het leek me allemaal te veel van het goede. Om, dacht ik, Odile te sparen en toch voldoende charme van mijn kant ten toon te spreiden gaf ik haar een handkus, waarmee naar mijn gevoel meer afstand wordt gehouden dan met links en rechts smakken op de wang. De reactie was echter van soort schrik die een willekeurige voorbijgangster op een markt in Nederland zou tonen als ik een onverwachte kus zou uitdelen. Natuurlijk was het ook allemaal weer niet al te ernstig, er werden geen klappen uitgedeeld en Odile bleef de vriendelijke gastvrouw. Ik bleef echter met enige verbijstering zitten. Ik vraag me nu ook ernstig af of ik het ooit zal leren.


Ton Wilhelm