Home Columns "08 - "09 14 Grenzen
14 Grenzen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 16 January 2009 15:49
Europa is meer en meer grenzen aan het verliezen. En we weten niet of we daar nu altijd blij mee moeten zijn gezien de regelbehoefte die zich van uit Brussel over ons aan het uitspreiden is.
Jean-Jaques en Suzanne zijn bij ons op bezoek voor een hapje en een drankje. We zijn eensgezind over de idiotie van het verdwijnen van talloze kleine wijngaarden, als gevolg van Europese regelgeving. We lachen treurig over het feit dat de al zeer oude Franse kaasleverancier die we in Nederland kennen tegenwoordig alles in koelvitrines moet hebben staan. Mooie rijpe kaas is door overijverige inspecteurs als min of meer bedorven verbannen. Je moet nu slinkse wegen bewandelen om die nog te kunnen kopen. Oorzaak: Europese regelgeving. We nemen nog maar een glas en wentelen ons nog even in de treurigheid. Ik constateer dat ook Zwitserland, dat laatste bolwerk van zelfstandigheid, nu de grenzen aan het openstellen is. Wat zullen de gevolgen daarvan op termijn zijn voor Zwitserland vragen we ons af.
Bij het woord Zwitserland is Jean-Jaques opgeveerd. Zijn jeugd speelde zich af in de Savoi, niet ver van de Zwitserse grens. Ook Suzanne komt uit die contreien. Beiden spreken over de strenge controles die er altijd aan de Zwitserse grens werden uitgeoefend. En ze hadden er zowel voor hun boodschappen als voor het uitgaan nogal eens mee te maken. Niet eenvoudig, nee. Maar ja, je wist langzamerhand wel hoe de reactie van de diverse grensbeambten was zegt Suzanne. Jean-Jaques schiet in de lach. Je moest ook wel eens geluk hebben zegt hij. Dat ruikt naar een anekdote en inderdaad: hij heeft maar een klein zetje nodig om te vertellen.
In zijn jonge jaren werd hij in militaire dienst opgeleid tot scherpschutter.  Hij had er ook talent voor, getuige de prijzen die hij won. Later werd dit talent omgezet in het succesvol uitoefenen van de schietsport. Dat hij succes had bleek ook wel uit de uitnodigingen die hij regelmatig ontving om demonstraties te geven. Natuurlijk kennen velen die zo dicht bij de grens leven elkaar over en weer, dus Jean-Jaques werd uitgenodigd om ook in Zwitserland zijn kunsten te vertonen. Met een uitvoerige uitrusting in de kofferbak rijdt hij richting Zwitserland. Aan de grens wordt hem om zijn papieren gevraagd. Merde, die ben ik vergeten, vloekt Jean-Jaques. Hebt u ook iets aan te geven vraagt de grensbewaker. Nee, dat niet zegt Jean-Jaques. “Mooi, mag ik dan even in de kofferbak kijken”. Inwendig vloekend over zijn stommiteiten opent Jean-Jaques zijn kofferbak om daar een kompleet arsenaal te vertonen. Even is de martiale bewaker met stomheid geslagen. Dan wordt zijn blik geïnteresseerd en hij stelt vast dat dit geen gewone wapens zijn. Uiteraard vertelt Jean-Jaques over zijn sport. De verdediger des vaderlands heeft intussen een mooi geweer met kostbaar vizier in de hand genomen en loerend door het vizier richt hij op een fictief punt in de heuvels. Hij wil alles van deze mooie techniek weten. Ondertussen wuift hij ongeduldig de andere wachtende auto’s door. Hij is nu met belangrijker zaken bezig. Na drie kwartier enthousiast bekijken en bevoelen slaat hij de kofferbak dicht met de constatering dat Jean-Jaques op moet schieten om niet te laat te komen. Met stoom uit de oren en loerend in zijn achteruitkijkspiegel rijdt deze Zwitserland binnen om er wederom een succesvolle demonstratie te geven.
Suzanne kent het verhaal, maar wil zich zeker niet onbetuigd laten bij dit soort van ervaringen.
Zij ging regelmatig uit in Zwitserland. Soms ging zij met haar vader daar naar de film. Ook dan ontkwam je niet aan de dikwijls als pietluttig ervaren controles, hoewel het later op de avond wel eens mee wilde vallen. Terugkerend van een avondje filmbezoek, waarbij het door de lengte van de film tamelijk laat was geworden treffen zij weer zo’n dappere bewaker aan. De man is in zijn hokje echter in een diepe slaap verzonken. “Crétin” (zeg maar: idioot), scheldt de vader van Suzanne. Hij loopt naar het wachthuisje, schudt de man stevig aan de schouder en voegt de geschrokken en nog slaperig kijkende grensbewaker toe: “we gaan er over hoor”. Voordat deze kan bedenken hoe hierop te reageren zijn zij de grens gepasseerd. Hij kijkt hen verbluft na. Mogelijk vraagt hij zich af waarom hij hiervoor wakker gemaakt moest worden?  Feit is wel dat zij later van deze wachter geen controles meer te verduren hadden.
Natuurlijk zijn al dit soort belevingen langzamerhand enigermate geromantiseerd.  Dat we nu ongehinderd grenzen kunnen passeren heeft zeker zijn gemak. Daar zijn we het over eens. Maar anderzijds vragen we ons af of we met de stroom van regels die Europarlementariërs en duurbetaalde Brusselse ambtenaren bedenken nu zo veel beter af zijn.
We schenken de glazen nog maar eens vol.

Ton Wilhelm