15 Parijs Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 23 January 2009 13:53

Naar aanleiding van het mooie winterplaatje op de homepage beloofde ik nog terug te komen op ons bezoek aan Parijs met onze wandelclub. Maar liefst drie bussen vertrokken uit onze omgeving naar Parijs. Uit de omgeving van de provinciehoofdstad van de Loire kwamen er ook nog eens drie, wat onze provincie een mooie vertegenwoordiging gaf op het internationale festijn in Parijs. Dat het een internationaal karakter zou hebben wisten wij niet. We kwamen daar op de dag van de wandeling, de zaterdag, al snel achter door de rij bussen, jawel, ook uit Nederland, die op het vertrekpunt aanschoof. Na aankomst op vrijdag zochten wij per metro al snel het centrum op. De laatste keer dat we hier rond liepen was toen onze zoon in een voorjaar in Parijs bij ons aan boord logeerde. Op zoek naar bezienswaardigheden kwamen we toen uiteraard ook bij de Notre Dame terecht. Een bezoek daaraan werd bij die gelegenheid direct terzijde geschoven op grond van de lange rij op het voorplein met een geschatte wachttijd van anderhalf uur om binnen te mogen treden. Nu zochten we niet echt naar bezienswaardigheden, maar constateerden bij het passeren van de Notre Dame dat er helemaal niemand buiten stond. Zou je nu …………..?

En jawel, ongehinderd door wat of wie dan ook konden we gewoon binnenwandelen en de sfeer van dit majestueuze bouwwerk nog eens echt goed proeven doordat er na vijf minuten een korte dienst begon. Koor en solisten die daarbij zongen waren van grote kwaliteit, hetgeen een extra genoegen bood. De zang geeft aan zo’n bouwwerk met al zijn pracht als het ware een extra dimensie. In alle rust konden we de diverse details op ons in laten werken. Ergerlijk is het dan soms als er in zo’n sfeer toeristen rond lopen die ongehinderd door enig gevoel voor decorum zich, luidop pratend, niet ontzien om mooie plaatjes te willen schieten van gelovigen voor in de kerk die zich op de dienst willen concentreren.
In St. Germain des Prés zochten –en vonden- we daarna een klein eethuisje dat wat couleur locale te bieden had. Op deze koude winteravond werden we welkom geheten door een vermoeid ogende oude en grijze kelner, die bij alles wat hij deed zijn al jaren lang gedebiteerde grapjes monotoon afdraaide. Deze grapjes gingen zeker voorbij aan een Italiaans stel dat aan een tafeltje terzijde van ons plaats nam. Tot onze verbazing zat dit stel de hele maaltijd met diep over het hoofd getrokken ijsmutsen aan tafel. De dame sprak een paar woordjes Frans en gebruikte die om op zeer kritische toon de menukaart met onze van nature toch al niet huppelende kelner door te nemen. Je zag aan zijn hele reacties dat zijn geduld hiermee zwaar op de proef werd gesteld. Na ten derde male aan het tafeltje terug te zijn geroepen kreeg hij te horen dat het stel het racletten met zo’n leuk komfoortje wel wilde overwegen. Maar al die worst met varkensvlees die daar bij op tafel komt deed hen aarzelen. “Maar mevrouw,” reageerde onze kelner direct: “onze worst en vleeswaren komen allen van het rund!!!” Dat gaf de doorslag. Racletten dus en na bij ons op tafel te hebben gekeken welke wijn wij gebruikten werd die keuze overgenomen. Verbeeldde ik het mij of zat er een twinkeling in de grijze oogopslag toen hij onze richting uit keek. Nu had ik ook even verbaasd opgekeken bij zijn stelling over de worst maar uiteraard verder niet gereageerd. Zijn jarenlange ervaring had deze reactie kennelijk fijntjes opgemerkt. En het Italiaanse stel at braaf hun schaaltjes leeg.
Aan het tafeltje aan onze andere zijde zat een stel eveneens te racletten. Of het veel uit maakte wat er op hun tafel verscheen is de vraag, aangezien beiden leden aan de moderne ziekte van de eeuwige bereikbaarheid. Gedurende de hele maaltijd was de telefoon van beiden niet onbenut. We zagen ze nauwelijks een woord onderling wisselen tijdens het eten. Aan het einde van de maaltijd wilde de dame wel weten of ze dat komfoortje kon kopen. Opnieuw was de kelner verbijsterd. Je kunt zo’n ding toch immers in bijna iedere zaak met huishoudelijke artikelen of zelfs bij de grote supermarkten kopen!? Na enige ruggespraak achteraf noemde hij een prijs die kennelijk de eerdere plannen danig bekoelde. Na enig beraad werd van de koop afgezien. “Ook goed”, zag je de kelner denken: dit was toch allemaal maar buitenissig gedoe.
Met een van zijn standaard leukigheden nam de kelner afscheid bij hun vertrek. Min of meer hoofdschuddend slofte hij terug naar achteren. Het leukste onderdeel miste hij daardoor. Na het verlaten van het etablissement posteerde het stel zich voor het raam om bij het jonge koppel dat daar zat uitvoerig schalen en borden te bekijken. Kennelijk had al het druk zijn met telefoons en het druk zijn met het idee van het kopen van het komfoor hen al die tijd belemmerd te zien wat ze zelf op tafel hadden.

Hoewel wij ons tot de gewone burgerkeuken beperkt hadden was dat geen reden om ons nu op andere wijze te behandelen bij afrekenen en afscheid. Hij had het allemaal wel gezien. Waarschijnlijk verlangde hij naar het moment waarop hij eindelijk zijn vermoeide voeten omhoog kon leggen.

Ton Wilhelm