Home Columns "08 - "09 18 Opnieuw winter
18 Opnieuw winter Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 13 February 2009 11:26
Je zit negenhonderd kilometer zuidelijker en ziet de dagen al zeer duidelijk lengen. Na de voor deze contreien toch ongekend lange periode met regelmatig vorst en zo nu en dan veel ijs in de haven, breken er een aantal mooie voorjaarsdagen aan. Op enig moment loop ik voor een boodschap door de stad en zie ik een thermometer vijftien graden aangeven. We hebben het duidelijk gehad denk je optimistisch. En dan opeens begint het op een ochtend te sneeuwen en houdt het ook niet meer op. De hele dag sneeuwt het zo nu en dan. ’s-Avonds ligt er al een flinke hoeveelheid op de kade en aan dek. De volgende ochtend meten we een pak van vijftien centimeter sneeuw aan boord. Lang houdt het echter geen stand. Zie je wel, het voorjaar is toch in aantocht.
Tuinlieden beginnen nu ook de kade op te ruimen; bomen te snoeien en struiken te rooien. Dagen zijn ze bezig op de bekende Franse manier: De snoeiers gaan aan het werk, dan komen de opruimers en daarna zie je de snoeiers weer terug keren. De eerder mooi opgeruimde kade ligt gewoon weer vol met troep. Geen nood, de opruimploeg doet z’n werk weer en nu met bijkans nog meer grondigheid. Dat ziet er mooi uit. Maar wacht even, er waren een aantal bomen en struiken kennelijk nog niet goedgekeurd door de opzichters die de hele dag met de handen in de zak rond liepen. Snoeien dus maar weer.
Met een gezicht alsof het ze allemaal niet aangaat zie je de opruimers daarna weer terug keren. Gespannen wachten we af of hun werk opnieuw ongedaan wordt gemaakt. Nee, uiteindelijk is de oorlog tussen snoeiers en opruimers gewonnen door de laatsten. Een dag later beginnen de snoeiers zelfs als teken van definitieve nederlaag de regenwatergoten schoon te krabben van de gedurende de winter opgehoopte vuiligheid. Ze worden gevolgd door een wagen die het losgewoelde materiaal moet opzuigen. Deze zware wagen rijdt daarbij met een voorwiel consequent door dezelfde goot, het losgestoken vuil eerst weer stevig vastrijdend.
Na afloop staan chauffeur en opzichters het matige resultaat van deze inspanningen te bekijken. Ze krabben eens op hun hoofd en verdwijnen vervolgens. Het is bijna twaalf uur, de maaltijd wacht immers! Wie weet brengt dat inspiratie.
Zowaar keert het geheel een anderhalf uur later terug en opnieuw wordt een aanval op de goten gepleegd. En nu met resultaat. Na een winter die lang koud was en een korte maar hevige sneeuwval bracht, smerige kades achterlatend, kijken we nu met een waterig zonnetje in de rug tegen opgeruimde gazons en borders en een schone kade aan.
Het vorige jaar liet ik me door een vergelijkbare situatie verleiden om maar gelijk de winterbanden weer in te ruilen voor de zomerexemplaren. Om vervolgens een week later door sneeuw en ijs te ploeteren. Hoe mooi het zonnetje af en toe ook schijnt, ik heb me voorgenomen om dit keer niet voor half maart zo’n optimisme ten toon te spreiden. En gisterenavond begon het dus opeens weer te sneeuwen. De verwachtingen waren en zijn sneeuwval tot in het weekeinde met matige vorst.
Verborgen achter het centraal massief zitten we theoretisch aan deze Oostkant van Frankrijk in min of meer een landklimaat. Dat betekent korte maar hevige winters. Vooralsnog zitten we nu echter voor het tweede jaar met lang aanhoudend gekwakkel met af en aan winterse perioden. Het weer weigert zich nog aan schema’s en verwachtingen te houden.
Vanmiddag moeten we even naar Renaison, dat in het begin van de heuvels ligt, waar nu nog steeds veel wit te zien is. Op zich een prachtig gezicht en over het algemeen is men hier zeer snel met het opruimen van de wegen. Maar voorlopig ben ik blij dat ik me niet meer heb laten verrassen. De winterbanden blijven nog zeker een maand zitten.

Ton Wilhelm