19 Flirt Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 20 February 2009 09:58
Gisteren, de dag van Dicky’s verjaardag, vonden we dat het na drie jaar de hoogste tijd werd om eindelijk eens kennis te maken met Saint Etienne, de hoofdstad van het departement Loire. Wij wonen in Roanne in de tweede stad van dit departement. De dag was prachtig zonnig en helder, dus prima om een dagje rond te wandelen. Op de heenreis waarbij we de snelste route kozen zagen we nog weinig van de prachtige omgeving waarin Saint Etienne later bleek te liggen. De stad heeft niet een echt imponerend centrum, maar ziet er mooi uit met veel voetgangersgebieden en een mooi winkelareaal. Nu bleek het ondanks de mooie dag toch geen echt slenterweer doordat het wel behoorlijk koud was, wat een extra stimulans krijgt door de hoogte waarop de stad ligt van tussen de 500 en 700 meter. Van uit het hele centrum kijk je tegen de bergen op die de stad omringen en die nog gedeeltelijk onder sneeuw bedekt waren. De koude lucht was dan ook van een aangename prikkeling, maar stimuleerde desondanks al snel tot het zoeken van het heil binnenshuis. Nu hoeft dat in Saint Etienne geen probleem te zijn. Ik had al gehoord dat de stad een aantal erg leuke musea heeft. Nog de dag tevoren werd ik door een Franse architect, ook lid van het koor, er op gewezen dat we zeker het museum over de lokale industriegeschiedenis niet over zouden moeten slaan. Het lag dus voor de hand dat we dit al snel opzochten. De lokale industrie kent hier een lange geschiedenis. Saint Etienne was de eerste echte industriestad van Frankrijk. Lokale industrieën liepen uiteen van de productie van lint en band!? tot fietsen, kolen en een zeer grote wapenindustrie. Verdeeld over verschillende etages zijn diverse  industrieën in dit museum vertegenwoordigd. Alleen de kolenindustrie kent nog een eigen museum.
Zeker op momenten dat je niet wordt overlopen door grote hoeveelheden toeristen hebben Fransen toch bepaald een eigen charme om je op zo’n plek welkom te heten. Allervriendelijkst wordt je eerst enige uitleg gegeven en een plezierig bezoek gewenst, alvorens je in het museum wordt losgelaten. Toen we later door het vele staan wat stonden te wiebelen en tegen een muur te leunen, werden ons vouwkrukjes achterna gebracht.
Nu wilde ik niet direct naar de bovenste etages hollen, waar de wapenindustrie zijn tentoonstelling over een rijke geschiedenis heeft ingericht. Het was tenslotte Dicky’s verjaardag, dus volgde ik haar braaf naar de afdeling over de lint en bandindustrie. Maar wat een pracht. Hoe hebben mensen met de in onze hedendaagse ogen nog primitieve machines zoveel moois kunnen maken. Alle aanwezige machines kunnen overigens werken. Toon je belangstelling dan zijn er een paar oude rotten die je graag hun kunst willen demonstreren. Moeilijk om uit te leggen, maar een band ragfijn weefsel van zeer dunne zijde waarin met behulp van ruim tweeduizend draden een tafereel wordt geweven dat al op een meter afstand niet voor een foto onderdoet, heeft mijn warme bewondering. De “draaiorgelboeken” met tienduizenden gaatjes die deze machines besturen zijn in mijn ogen weinig anders dan voorlopers van de hedendaagse computer. De mannen die draadje voor draadje via de productie van deze boeken bepalen hoe elk draadje moet bewegen, doen niet onder voor moderne programmeurs. Zoals gebruikelijk hadden we te weinig tijd en besloten we op enig moment op grond van pijnlijke voeten nog maar een ander keertje terug te keren.

Natuurlijk ga je op zo’n dag even ergens lunchen. Niet moeilijk om ook hier weer een tentje te vinden waar tegen vriendelijke prijs een dagmenuutje voor de werkenden wordt geboden. Buiten de tafeltjes werd er ook aan de bar door enkele mensen gegeten. Geheel in het hoekje van de bar weggedrukt zat een eenzaam heer in stilte van zijn lunch te genieten. Kort na onze entree kwamen ook twee dames binnen die eveneens aan de bar plaats namen. Een van de twee was een aantrekkelijke blondine met dikke vlecht die er duidelijk de tijd voor nam om het mannelijk deel van de bezoekers te observeren. Onze heer in het hoekje behoorde kennelijk niet tot haar belangstellingssfeer. Dat was klaarblijkelijk iets wat de heer, inmiddels met verminderde belangstelling voor zijn voedsel, zeer verdroot. Hoe hij van zijn kant ook blijk van belangstelling gaf, het leidde niet tot iets wederkerigs. Na enige tijd vertrok de andere dame naar het toilet en werden vlak daarna twee kopjes koffie neergezet. Nu wilden de dames bij de koffie kennelijk van een sigaretje genieten, dus de blonde pakte de twee kopjes op om er alvast mee naar het terras te vertrekken, want ook in Frankrijk wordt er binnen niet meer gerookt. Wijde mantel, twee kopjes koffie, sigaretten: de deur openen gaat dan niet meer makkelijk.
Daar zag “de heer in het hoekje” zijn kans schoon om zijn diensten aan te bieden! Galant wilde hij zich naar de deur spoeden, maar moest zich daarvoor nog wel even uit zijn hoekje bevrijden. Om zijn aanloop te bespoedigen leunde hij daarom met zijn onderarm op de bar om de start enige kracht bij te zetten. Maar dat was waar ook: daar stond nu juist zijn bord met eten. In plaats van de in gedachten aanwezige vlotte start was hij nog lang bezig om de etensresten van zijn mouw te schrapen en met servetjes de boel te beredderen. Tegen de tijd dat hij daarmee klaar was kwamen de dames weer binnen en bleek uiteindelijk ook zijn hormoonbepaalde belangstelling in aardappelpuree en bloemkool gesmoord. Toch zal hij minstens nog de rest van de dag voortdurend aan zijn korte bevlieging herinnerd zijn als hij de vetvlekken op zijn colbertmouw trachtte te verbergen. Tegelijk was aan zijn eten een wat bruusk einde gekomen. Alleen de wijn werd nog versneld naar binnen gegoten. Die moet uiteraard onder alle omstandigheden genuttigd worden en had hier zeker de functie van troost.

Op de terugreis langs de mooie en diepe ravijnen waar de Loire zich in deze omgeving doorheen perst, konden we genieten van prachtige uitzichten maar gaf ook het tafereel aan de bar ons achteraf nog veel plezier.


Ton Wilhelm