Home Columns "08 - "09 20 En nu ............?
20 En nu ............? Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 27 February 2009 15:30

Zoals inmiddels bij velen wel bekend is, is de maandag onze vaste loopdag. Met de club uit Renaison wandelen we dan meestal door de uitlopers van de Auvergne. Deze week was het weer precies op die dag wat minder aantrekkelijk: een druilerige dag met zo nu en dan wat regen. Toch was de opkomst tot onze verbazing tamelijk groot. Gezien de weersomstandigheden werd besloten van de geplande route af te zien omdat die nogal modderig zou zijn. Pierre, een van de meer ervaren gidsen, leidde ons naar een dorp dat we nog niet kenden met, naar al snel bleek, geen bergachtige maar licht glooiende en prachtige omgeving. Met plezier legden we dus onze eerste kilometers af. Wel bleek het traject te bestaan uit wegen met vette natte klei, dus hoezo van de andere route afgezien? Na bijna twee uur begon het te verbazen dat we nog geen beeld hadden van de plek waar we weer terug zouden moeten komen. Enkelen begonnen vragen te stellen over de juiste route. Maar Pierre had een klein kaartje waarop (naar zijn mening) duidelijk bleek dat we goed zaten. Bij het bestuderen van dit minieme kaartje draaide hij dit zo snel in de rondte dat niemand verder enig beeld kon krijgen. Maar goed, Pierre zal het wel weten.
Na nog een paar kilometer wisten sommigen het echter zeker: we zitten verkeerd.
Op een heuvel voor ons uit ontwaarde ik een dorp. Wist iemand toevallig dit dorp te herkennen? Enkelen wisten te vertellen dat dit waarschijnlijk Noailly zou moeten zijn. Pierre boog inmiddels schuldbewust het hoofd en verklaarde aan eenieder dat hij een erg slechte gids was. Kortom, hij wist het niet meer. Grote verschillen van mening barstten inmiddels los tussen diverse groepjes bij het beantwoorden van de vragen hoever nog en wat is nu de route.


In het dorp aangekomen leven de enkele voorbijgangers zeer mee en voegen zich in de verschillen van mening over de routevraag. Naar schatting hebben we inmiddels de gebruikelijke afstand voor een middagje wandelen van rond de tien kilometer al lang achter de rug. In afwachting van gebeurtenissen nam ik maar op een stoepje plaats.
Een paar van de ouderen verklaren dat zij niet verder meer gaan.
Nu treedt de voorzitter, die deze middag mee loopt, op als de nieuwe roerganger. Hij stapt de weg op en steekt de handen omhoog. Na enkele ogenblikken komt er een auto aan die voor hem stopt. De dame achter het stuur blijkt al van onze faux pas gehoord te hebben. Het aardige is namelijk dat een gebeurtenis als deze in zo’n dorpje ook enige opwinding teweeg brengt. Zestien verdwaalde mensen komt niet iedere dag voor. Je praat dan hier over een drukte van belang.

 


Verdere discussie wordt nu weg gewuifd: de dame zal de chauffeurs naar het beginpunt brengen om de auto’s op te halen. Naast de dame zijn het vier niet te magere heren die zich, met grote modderschoenen incluis, in het autootje wringen.
Allez, op naar de parkeerplaats. Eerlijk gezegd ben ik in dit druilerige weer blij zo makkelijk te kunnen eindigen. De parkeerplaats blijkt dan nog twaalf kilometer weg te liggen. Kennelijk heeft Pierre ons zonder afwijking twee uur lang rechtuit weg gevoerd van af ons beginpunt.
De opgewonden stemming is nog duidelijk aanwezig als de chauffeurs het autootje uitrollen om na uitvoerige dankzegging schielijk te verdwijnen. Als ik als laatste de hand heb geschud van onze redster racen de anderen al de parkeerplaats af. Direct zijn ze al in geen velden of wegen meer te zien. Wederom slaat de twijfel toe, maar nu bij mij alleen. Sommigen dachten dat het Noailly was, maar was dat nu ook zo? Probeer dan dus maar zo goed en kwaad als het gaat dezelfde weg terug te rijden. Maar hier had ik niet geheel op gerekend, dus ook minder goed opgelet. Na twee keer afgeslagen te zijn weet ik in ieder geval zeker dat dit niet de weg is waarover we gekomen zijn. Geloofd en geprezen is in dit soort omstandigheden toch de TomTom. Hij blijkt zowaar ook in de auto te liggen. Ik gok dus maar op Noailly.
Over een nagenoeg kaarsrecht landweggetje rijd ik door een eindeloos heuvellandschap in de toenemende schemering. Als de naam van het dorp goed was dan is dit kennelijk een kaarsrechte binnendoorweg. Ja, “als”.
Eigenlijk voor ik het goed en wel besef rijd ik plotseling een dorp binnen en na twee straten herken ik de omgeving. Hier waren we gestrand. Ondanks hun snelle en opgewonden wegracen komen de andere chauffeurs nagenoeg gelijk met mij in het dorp aan, waar ze mij tot hun stomme verbazing van uit de hun tegenovergestelde richting zien komen.
Mijn wat cynische vragen over de kennis van de omgeving van mensen die hier geboren zijn blijven onbeantwoord.

Ton Wilhelm