Home Columns "08 - "09 23 Beschaving
23 Beschaving Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 20 March 2009 16:22
De Fransman eet gemakkelijk en met grote regelmaat buiten de deur. Een enkele keer zoals wij dat gewend zijn met een dinertje. Er is dan veelal sprake van een speciale gelegenheid waarbij iets gevierd moet worden. Meer frequent echter voor gewoon het dagelijkse repas: de warme lunch om twaalf uur. En daarvoor bestaan er vele mogelijkheden. Ze hebben allen twee dingen gemeen: er is sprake van een menu met beperkte keus en de prijs is uiterst vriendelijk te noemen. Dit soort restaurantjes zijn soms overladen vol. Daarmee heb je tegelijk een graadmeter voor de kwaliteit te pakken. Want ingeval het zo vol is kun je er van op aan dat het goedkoop en goed is. Natuurlijk zijn er bij deze eethuisjes ook vele kwaliteitsverschillen te vinden. Maar in veel gevallen werkt deze graadmeter heel behoorlijk. Werkers uit de omgeving eten hier meestal dagelijks en dan wordt soms betaald met bonnen die ze daarvoor van de baas krijgen. Ook zie je nogal eens dat alleenstaanden die in de buurt wonen zo’n restaurantje frequenteren.
Je hoort wel eens verhalen dat toeristen in een dergelijk restaurant zijn geweigerd of worden uitgesloten van het menu du jour. Persoonlijk heb ik dat nog nooit meegemaakt. Overigens kan ik me er zelfs wel iets bij voorstellen dat men de vaste gasten, de arbeiders en bewoners uit de omgeving bij deze goedkope dagelijkse maaltijden voor wil laten gaan als de tent toch al mudvol zit. Aan de andere kant hangt het ook erg af van het eigen gedrag.
Een paar van de dames zijn naar Nederland, dus het kwam mooi uit om vandaag eens met een paar “alleenstaanden” samen een nieuw adresje uit te proberen. Een van de leden van onze Franse vriendenclub in Renaison had me op dit adres gewezen omdat het er zo goed zou zijn. Het uiterlijk van dit restaurantje zorgde waarschijnlijk ook al voor enige selectie waardoor alleen de incrowd hier naar binnen gaat om te lunchen.
Bar du Sport staat er op de gevel en het ziet er van buiten ook uit als zo’n barretje waar ze dikwijls op grote televisieschermen naar sportkanalen zitten te kijken. Het geveltje verbergt echter een aantal zalen die bij onze binnenkomst om kwart over twaalf al vol zitten. We groeten de barman vriendelijk (dat is ook al zo iets dat hier bij binnenkomst in welke gelegenheid dan ook, winkel, restaurant, tot de vaste mores behoort. Iemand die een winkel binnenkomt en niet duidelijk groet naar alle aanwezigen is een vreemdeling.) en vragen de barman of hij nog ergens een plekje heeft. Het vergt even rond zoeken maar uiteindelijk worden we naar een prima plekje geloodst. Er staat een overdadig gevuld buffet met voorgerechten vlak naast ons. We kennen de gang van zaken inmiddels wel bij dit soort gelegenheden, maar nauwelijks gezeten komt de bazin toch even vertellen dat we gewoon langs het buffet kunnen gaan voor het voorgerecht. En oh ja, de wijn staat daar achter de ijskast van de toetjes.
Ondanks het grote aantal mensen dat binnen is ontgaat de bazin niets. Nauwelijks klaar met het voorgerecht staat ze al bij ons aan tafel om te horen welke van de vier beschikbare hoofdgerechten we kiezen. Na niet meer dan vijf minuten staat het hoofdgerecht op modern vorm gegeven borden voor onze neus. Hoe ze het doen met dit aantal mensen is me een raadsel, maar dat ik de faux filet à point wilde hebben was door de keuken perfect uitgevoerd. “En daarna is het weer aan u zelf”. Je neemt al dan niet een paar stukjes kaas van het plateau dat gereed staat en begeeft je daarna naar het toetjesbuffet. Is je wijn op en heb je behoefte aan nog een slok dan vul je je karafje weer. Na afloop betaal je aan de bar waar je en passant nog even je espresso nuttigt. Rekening: elf en een halve euro. Zoals mijn tafelgenoot opmerkte kun je daar nog niet de boodschappen voor doen.
Buiten de vriendelijkheid waarmee mensen bij binnenkomst en vertrek de anderen in hun omgeving groeten zijn er een paar dingen die opvallen. Al deze werklieden die dikwijls zo van af hun werk in overal aan tafel zitten verdringen zich niet bij de buffetten. Men gooit geen borden overvol met niet bij elkaar passende zaken, alleen maar om de heb en hetzelfde geldt voor het wijngebruik. Het is er niet overmatig luidruchtig en men “geniet” de maaltijd.
Jaren geleden waren wij eens door toeval terecht gekomen in een groot hotel in Duitsland waar men eveneens het principe van het buffet toepaste. Voor alle duidelijkheid, het ging daar om een gezelschap dat voor een groot deel uit Nederlanders bestond en uiteraard ook Duitsers. Op het tijdstip dat het restaurant open moest gaan stond er een tros van tientallen mensen, deels in avondkleding, voor de deur te dringen. Toen eenmaal de deuren open waren stortte men zich soms op een holletje vooruit. Omdat ik een grote hekel heb aan dit soort gedrang kwamen wij later binnen. De consequentie was wel dat veel gewoon al leeg was. Had men dan met minder mensen gerekend? Nee, dat niet. Ik heb echter nog nooit mensen hun borden zo torenhoog zien vol laden: voorgerechten, vis, vlees, alles wat maar voor handen was door elkaar, bang dat ze straks mogelijk te laat zouden zijn. Dat dat dan te wijten was aan hun eigen gedrag drong kennelijk niet door. Toen we het restaurant verlieten waren een aantal mensen al weg. Op de tafels de achtergelaten borden, voor een groot deel nog gevuld.
Zou een restaurantje als dit nou ook niet in Nederland kunnen vroeg mijn tafelgenoot zich af, om er zelf al direct het antwoord op te laten volgen: nee, dan wordt het een zooitje.
We keken de gang van zaken in dit eenvoudige Franse restaurantje eens aan en kwamen gezamenlijk tot de conclusie dat hier mensen in overal zitten die zich buitengewoon beschaafd gedragen.
Er was een tijd dat een voorgerecht als charcuterie op schalen, of de kaas in plateaus op tafel werden gezet waarbij je geacht werd hier wat van af te nemen. In de toeristenoorden is deze aardige gewoonte tegenwoordig bijna overal afgeschaft vanwege onfatsoenlijk graaien. Laat staan het vrijelijk beschikken over de wijn.
Wij hopen maar dat de plekjes waar men zoals hier nog niet op voorhand de boel moet limiteren of toeristen weigeren nog lang kunnen bestaan. Niet omdat we dan ons gang kunnen gaan maar omdat het gevoel van beschaving hierbij een extra plezierig tintje geeft aan de maaltijd.


TON WILHELM