Home Zomer "09 2 Snelle reis naar het Noorden
2 Snelle reis naar het Noorden Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Thursday, 21 May 2009 08:22

Feesten rond het afscheid en domme pech
De week na Pasen bezocht ik met het koor uit Roanne Nederland voor een paar concerten. Groot succes en een leuke week. Wel werd daardoor ons vertrek uitgesteld. Juist dit jaar stond groot onderhoud gepland in Nederland. Voor de eerste klus dienden we half mei aan Strand Horst bij Ermelo te zijn. Toch ruim 1100 kilometer varen en 178 sluizen te nemen. We voelden ons dus een beetje in een tijdklem. Op 22 april was dan het moment aangebroken dat we konden vertrekken.
De organisatoren van de jaarlijkse afscheidsbarbecue waren zo vriendelijk geweest deze op de 22e april te organiseren. Traditioneel is Artaix daar de basis voor en de meesten waren daar al eerder naartoe vertrokken. Een kleine dag varen in de voor ons goede richting. Om toch op dag zelf ook vroeg daar te zijn keek Dicky de sluiswachter van Roanne vriendelijk aan die daarop prompt bereid bleek al om half negen de sluis te draaien.
Na door een enkele achtergebleven bewoner van de haven uitgezwaaid te zijn waren wij ook op weg. De reis verliep buitengewoon vlot en al vroeg in de middag konden we bij de bbq aansluiten. Gezellig zoals altijd en meestal gaat het dan tot in de kleine uurtjes door. Vandaag had echter de onrust over de voor de boeg liggende vele vaarkilometers de overhand. Dus hadden we bij aankomst al aangekondigd direct na de bbq te vertrekken om strategisch te gaan liggen voor de volgende sluis. Het afscheid werd een feestje op zich en we werden uitgezwaaid door velen.
Eenmaal onderweg bleken we zo goed op te schieten dat we nog twee sluizen konden doen. Daarmee konden we de 23e op tijd op onze volgende afspraak zijn waarbij we voor een etentje waren uitgenodigd. In Beaulon troffen we nog enkele schepen en de borrel en het etentje brachten

opnieuw veel plezier.
De volgende ochtend werd vroeg vertrokken en nu stond er niets meer op het program. Gelukkig kent het Canal Lateral de la Loire op dit traject niet al te veel sluizen. Dus ook hier was op te schieten. Op de latere stukken waar de sluizen elkaar snel opvolgen deden de sluiswachters hun best bij het gelijk met ons op rijden. Al met al weinig te klagen.
Tegen het einde van dit kanaal konden we het zo uitmikken dat we in de stad Nemours familie konden ontmoeten op hun weg naar het zuiden. Maar juist voor we deze stad op 29 april bereikten sloeg het noodlot toe. Om een of andere reden kon hier een sluis even niet draaien.
Na een tijd wachten voor de sluis waarbij het zoals dikwijls ontbrak aan mogelijkheden om aan de kant aan te leggen terwijl we juist hier een stevige dwarswind te verduren hadden, kwamen we slecht op gang toen we uiteindelijk de sluis in wilden varen. Ik kon nog wel in de vooruit schakelen maar daarmee hield het op. Na in Nemours een goede ligplaats te hebben gevonden en na wat afkoelen van de machinekamer bleek uit een inspectie dat de gaskabel waarschijnlijk intern gebroken was. Goede raad is prijzig. Uiteindelijk vonden we op donderdag de dertigste april een bedrijf in Veneux de Sablons, aan het einde van het lateraal kanaal op de hoek van de Seine. Natuurlijk waren zij bereid te komen: “volgende week, want op 1 mei zijn we gesloten”. Na enig soebatten werd toegezegd dat we terug zouden worden gebeld.
Ondertussen keken we, gedwongen stil liggend, naar de beelden van Koninginnedag in Nederland. Zodoende waren ook wij getuigen van het drama dat zich daar afspeelde. Je voelt je daar toch enigermate aangeslagen door. In schrille tegenstelling was toen ineens de telefonische mededeling daar van het bedrijf dat ons terug zou bellen: “we komen nu naar u toe”. Natuurlijk hadden ze niet dezelfde lengte gaskabel in voorraad die ik had opgegeven. Nadere bestudering van de situatie leverde de vraag op waarom de gaskabel persé hetzelfde traject af zou moeten leggen als de schakelkabel. Schakeling en gas zitten bij de machine ook ver van elkaar. Zoals dikwijls was ook hier het stellen van de vraag tegelijk het antwoord. Het bedrijf bood nog aan om de kortere kabel te gebruiken en dan naar hun bedrijf te varen om een langere kabel te monteren. Beiden zagen we echter niet de noodzaak daarvan in. “Wel, komt u dan maandag 3 mei even langs voor de factuur.”  Dat dacht ik toch niet. Zijn we snel geholpen, moet ik dagen wachten voor de factuur. Na enig heen en weer bellen met het bedrijf konden we een prijs overeen komen, de monteur het geld meegeven en hoefden wij niet tot maandag te wachten. Natuurlijk lagen we de eerste mei nog wel stil. Frankrijk kent maar een stuk of drie dagen dat sluizen gesloten zijn. Eén daarvan is de eerste mei. Maar daar hadden we met de familieafspraak op gerekend. Samen met de hier arriverende zus van Dicky en haar man beleefden we een plezierige avond in Nemours.

De Seine en Parijs
Enkele dagen hiervoor waren we een Zwitsers jacht tegen gekomen met een stel gezellige mensen aan boord. Ze hadden al een avondje bij ons een borrel gedronken, maar de dag erna liepen wij uit omdat zij vroeger op de dag afhaakten. In Nemours haalden zij ons door ons stil liggen weer in. Ook zij gingen de 2e mei weer verder en voeren met ons op met het plan om in de stad Melun aan de Seine aan te leggen. Enkele jaren geleden zagen wij hier mooie nieuwe kades aanleggen. Ter plekke bleek dat niet ver van de beoogde ligplaats een kermis aan de gang was. Ook leken nu twee drukke verkeersbruggen dichter bij de ligplaats te liggendan we ons herinnerden. Toch onderzochten we nog even de ligmogelijkheden. Bijna aangeland aan de lage kade vond een snel motorjacht, een z.g. halfglijder, het nodig om op volle snelheid langs ons te scheren met achterlating van hoge golven. Onze Zwitserse collega’s achter ons dachten dat wij op de kade geworpen zouden worden. Snel ingrijpen kon dat nipt voorkomen. Ter plekke besloten we om maar een eindje door te varen, op zoek naar een rustiger ligplek.

De Zwitsers dachten die wel te weten. Na enkele kilometers stopten zij af en dreven voor stroom langs een (zeer) kleine invaart. Al snel stond daar een man op de kade te zwaaien dat we maar binnen moesten komen. Met hun kleinere jacht keerden de Zwitsers, om tegen stroom aan te komen en op het laatste moment naar binnen te glippen. Ze meerden direct na de dammetjes af. Onze beurt. Zo te zien pasten wij maar nipt door de opening en zou deze manoeuvre bij ons daarom zeker in één keer goed moeten gaan.
Met een stroom van een kilometer of vier zul je door het water dus minimaal vijf moeten gaan om überhaupt vooruit te komen. In de praktijk zal het dus iets sneller moeten om bij het indraaien van de opening niet te veel opzij weg te worden gezet door deze stroom. Dat levert toch altijd weer spannende momenten op, maar ook wij kwamen met onze grotere lengte en breedte hier goed doorheen. Binnen bleken we direct na de ingang een gezonken wrak vlak naast ons te hebben liggen en was de weg voor ons bezaaid met moorings: drijvende boeitjes waarvandaan onder water een lijn loopt naar een vast punt waardoor je ze kunt gebruiken om aan te meren. Voor ons was verder op in het kleine haventje een plaats beschikbaar aan de kade waaraan we tussen andere schepen achteruit vast moesten leggen. Al de kleine moorings maakten dit tot een soort hordenloop waarbij voorkomen moet worden dat lijnen in je schroef terecht komen. Na ook al deze hindernissen te hebben genomen, van vele tegenstrijdige aanwijzingen voorzien door een groep mensen die duidelijk al enige tijd aan de borrel zaten, konden ook wij opgelucht ademhalen. De borrel daarna had ik wel verdiend vond ik zelf. Die avond vond de borrel plaats bij de Zwitsers aan boord. Het was tegelijk een afscheid omdat zij hierna een wat rustiger tempo aan de dag wilden leggen.

Voordat iemand in de haven na de feestelijkheden van de avond tevoren wakken kon worden glipten wij zachtjes de haven uit. In het vroege ochtendlicht zag de Seine er schitterend uit. Sluizen hebben hier weer marifoon zodat je in staat bent om hen een kilometer tevoren te waarschuwen. Met plezier maakten we hierbij weer gebruik van het programma Navigo op de laptop dat je in staat stelt om tevoren alle bijzonderheden van sluizen en bruggen e.d. te bestuderen. Zonder mankeren werden we op vlotte wijze door de grote sluizen geholpen, soms samen met commerciële vaart. Halverwege de ochtend konden we de grenzen van Parijs begroeten.
Opnieuw vonden we het bijzonder om deze stad binnen te varen. Dit keer met de bedoeling om er ook direct doorheen te varen. Voor stroom liepen we zonder enig probleem een flinke vaart hetgeen ons de mogelijkheid bood om wat verloren tijd in te halen. Toen we hier de laatste keer waren moesten we op de Seine lange tijd wachten om de haven “het Arsenaal” bij de Place de Bastille binnen te kunnen varen. Daar konden we nu aan voorbij gaan om echter een paar honderd meter verder toch weer stil te liggen omdat het licht voor een vernauwing (het z.g. Alternat) aan onze zijde op rood stond. Opnieuw lagen we op bijna dezelfde plek als drie jaar geleden heen en weer te manoeuvreren en duurde het wachten eindeloos. Na dertig minuten konden we eindelijk door varen.
In het zonnetje boden de bruggen van Parijs een majestueuze aanblik. Velen wilden daar op deze voorjaarsdag van genieten waardoor een enorm aantal rondvaartboten met grote snelheid in één aaneengesloten file rond ging. Het is daarmee een onrustig stuk varen door het centrum. En weer viel het tegen hoe lang het duurt voor je Parijs weer uit bent. De Seine maakt hier een flink aantal zeer grote lussen waardoor je hemelsbreed weinig opschiet, hoe lekker het tempo voor stroom ook was. Bovendien kom je aan een stuk rivier waar ligplaatsen met een lantaarntje te zoeken zijn. Van de weeromstuit werd het dan ook een lange dag voor we niet ver voor het bekende binnenvaartcentrum Conflans St Honorine in de avond een mooi pontonnetje vonden voor de nacht in het plaatsje Frette.

De Oise en een nieuwe planning
De volgende ochtend lag er in het ochtendlicht een mooie lichte nevel over het water. Mooi om te varen. Alleen doken we na een paar kilometer een dichte mistbank binnen. Zonder aanlegmogelijkheden geeft dat toch enige onzekerheid. Gelukkig geeft onze radar een glashelder omgevingsbeeld, waarmee we zo langzaam mogelijk varend de mistbank van uiteindelijk een kilometer of vier konden overbruggen. Van dit stuk van de Oise konden we ons nog veel herinneren. Het is een afwisselend stuk rivier tot aan de stad Compiegne. Bij de bunkerboot daar konden we eindelijk onze kaarten aanvullen. De goede kaarten van Navicarte, zoals wij die naast het programma Navigo gebruiken, willen nogal eens deels uitverkocht zijn. Nieuwe uitgaves kunnen lang op zich laten wachten. Wij raden dan ook iedereen aan die plannen heeft om meer door Frankrijk te varen om maar zoveel mogelijk complete sets aan te schaffen als ze er toevallig zijn.
In Compiegne informeerden we nog maar eens naar stremmingen. Die waren niet bekend en ook de Nederlandse “Scheepskrant” die zij gratis verstrekken gaf in het actuele overzicht geen stremmingen.
Aangezien de laatste twee jaar de Sambre gestremd was hadden wij die niet bij onze plannen betrokken. Als dat nu wel zou kunnen biedt dat een mooi en snel alternatief voor onze plannen. We passen dus de plannen aan en besluiten niet de Aisne op te gaan maar via Pont L’Evêque koers te zetten naar de Sambre. Dat brengt ons door het levendige gebied van Janville. Voordat we in Pont L’Evêque definitief de Sambre opvaren informeren we ook daar nog naar de vaarmogelijkheden op de Sambre. Geen problemen bekend geeft de lokale VNF-medewerker aan. In plezierige afwachting schutten we dus. Het is rustig op de dit toeleidingskanaal van de Sambre. We passeren na enkele uren de afslag naar het kanaal van St Quentin en komen in een steeds kronkeliger en afwisselend gebied. Vier jaar terug is de Sambre opgeknapt en ook van mooie aanlegplaatsen voorzien. We prijzen ons gelukkig om daar nu gebruik van te kunnen maken. Het schutten gaat vlot.

Na een kilometer of twintig komt ons een auto van de VNF via het jaagpad tegemoet rijden. De bestuurder stapt uit en gaat staan zwaaien, kennelijk heeft hij iets te zeggen. Inderdaad: ”weet u dat u de Sambre niet kunt varen”? Nou nee, dat wisten we niet want we hebben aan alle kanten en dus ook bij de VNF geïnformeerd. Ook dit derde jaar blijkt de VNF geen geld te hebben om een ingestorte brug op te ruimen. Alle investeringen waarmee dit kanaal enkele jaren geleden zo mooi opgeknapt is liggen nu doelloos voor het derde jaar te verkommeren. De informatievoorziening door de VNF blijkt weer eens ergerlijk slecht en onderhoud en reparaties volkomen willekeurig.
(Namens de “Motorboot” stelde ik hier al eens vragen over aan de VNF. Die zijn inmiddels al een half jaar onbeantwoord bleven. Na terugkomst in Roanne, na de zomer, is dit een klus om maar weer eens achteraan te gaan.)
De medewerker belooft onze klachten door te geven en bezweert ons dat het kanaal St Quentin echt te bevaren is. Enfin, er zit weinig anders op dan terug te varen. We vinden het stuk naar het kanaal St Quentin genoeg extra kilometers en besluiten dan ook om via dit kanaal Noordwaarts te trekken (indien mogelijk natuurlijk). Opnieuw informeren we bij binnenvaart van dit kanaal nog eens naar de mogelijkheden. We varen het kanaal in en constateren dat het er op vele plaatsen verkommert uitziet. De VNF is bezig met grootse plannen voor een nieuw  kanaal naar het Noorden waarop ook grote schepen terecht kunnen. Kennelijk wordt daar het onderhoud van de bestaande vaarwegen aan opgeofferd. Overal op dit kanaal hebben we dubbele sluizen, waarvan er met de afstandsbediening steeds slechts één te bedienen is. Voor de tweede sluis blijkt het diverse keren als we even moeten wachten ook nogal verzand te zijn. Wel zien we tot ons genoegen een paar keer een Belgische tegenligger. Dat geeft goede hoop op de verdere bevaarbaarheid.

Kort na de stad St Quentin komen we in de eerste van de twee tunnels die dit traject rijk is: het Souterrain de Lesdins. Slechts achthonderd meter en goed zelf te bevaren. Niet veel daarna volgt de tweede tunnel: het Souterrain de Macquincourt. Die is zes kilometer lang en mag niet zelfstandig worden gevaren. Het is een merkwaardig gezicht om plotseling onder een bovenleiding te varen. Die is bestemd voor de elektrische sleepboten die hier van beide kanten twee keer per dag een konvooi door de tunnel trekken. We hebben twee uur de tijd om met overige aankomers dat konvooi samen te stellen. Het zijn deze middag maar twee vrachtschepen die voor ons komen te liggen. Precies op tijd gaat de fluit en zet het konvooi zich in beweging. Motoren uit en in doodse stilte schuiven we de tunnel in. Ook wij zijn tamelijk breed en dat betekent dat als de schepen voor ons strak tegen de wand komen te glijden na enkele ogenblikken voor ons nauwelijks iets anders mogelijk is. Na enig experimenteren met de twee treklijnen gaat het beter. Als we na tweeënhalf uur de tunnel uitkomen blijkt dat de natte kalksteen en mergel bij het zo nu en dan langs schuren een effect heeft nagelaten alsof een dolgedraaide schilder met de witkwast heeft staan zwaaien. Overvloedig spuiten met het kanaalwater zorgt dat we er weer acceptabel uit zien.
Bijkomend voordeel van deze route blijkt dat ze erg snel is. Al snel varen we op het Franse deel van de Schelde. Nadeel is daar weer dat er nauwelijks tot geen ligplaatsen voor pleziervaarders zijn te vinden. Voordeel daarvan is weer dat we lange vaardagen maken en dus nog sneller opschieten. In België blijkt het met de ligplaatsen niet veel beter gesteld. Weliswaar zien we nu in Doornik (Tournai) dat er een ponton bij is gekomen maar een erg aantrekkelijke plek lijkt het niet. Een leuke plek blijft nog steeds het smalle haventje van Oudenaerde. We brengen er een rustige avond door met de gezellige havenmeester die ook het barretje drijft.
Via Gent zijn we nu al snel aan de Nederlandse grens. We kiezen daar ligplaats in de ons bekende haven van Sas van Gent.
Een dag later is het Moederdag en jongste dochter Nienke spreekt heimelijk met me af dat ze naar ons toe komt. Met vlagerig weer steken we de Westerschelde over naar Hansweert. In het haventje van Tholen staat Nienke bij verrassing met Floor, het jongste kleinkind op de kade. Het kostte een rij smoezen om vandaag minder ver te varen dan we afgelopen tijd gewoon waren.

Stormachtig welkom
Het vlagerige weer is uitgebreid tot een volle windkracht zeven als we via de Schelde-Rijnverbinding het Volkerak bereiken. Ruim water, harde wind en overkomend water: we zijn duidelijk weer thuis. Het Hollands diep laat zich ook niet onbetuigd en het zoute water wordt ruimschoots afgespoeld. Noord en Kil zijn druk als altijd. De recessie heeft hier nog niet tot echt zichtbare gevolgen geleid. Met harde wind tegen de vloedstroom zorgt ook de Lek voor voortdurend over komend water. Weer zien we weinig voor ons geschikte ligplaatsen. We vinden dat uiteindelijk in het piepkleine haventje van Schoonhoven. We zijn hier voor het eerst en we vinden het jammer dat het op deze maandag hier zo stil is.
We zetten de wekker om enkele keren de lijnen te controleren vanwege eb en vloed die hier nog steeds een effect van twee meter verschil hebben op dit moment van nog bijna volle maan.

Via de grote Beatrixsluizen draaien we het Amsterdam-Rijn kanaal op. Altijd een saai stuk, maar wel snel. We doen even boodschappen in Weesp Doorvaart van drie bruggen kost hier vervolgens als dank drie euro vijftig. Daar volgt de kleine z.g. “grote zeesluis” in Muiden op met zeven euro. In een half uurtje ben je op dit afstandje van niets tien euro vijftig kwijt. Ook daaraan merken we weer thuis te zijn.
Onze bedoeling om voor de kust bij Muiderberg bij het eilandje Hooft te gaan liggen voor de nacht laat ons stevig vast lopen. De toegang is inmiddels verder verzand of wij kunnen hem niet meer vinden. Noodgedwongen varen we een eind door het Gooimeer op waar we wederom op veel overkomend water worden getrakteerd. Uiteindelijk brengen we de nacht door in de winderige kom van het eilandje Huizerhoef.

Dan rest nog slechts een voor ons relatief klein stukje naar Strand Horst. We lunchen op ons gemak bij de Nijkerker sluis en houden even grote schoonmaak om een beetje netjes aan te komen. Vroeg in de middag varen we de plezierige jachthaven van Strand Horst binnen. We worden zoals altijd door de havenmeesters hartelijk welkom geheten en krijgen een ligplaats naast de redactieboot van de “Motorboot”. Volgens het programma Navigo hebben we 1158,9 km gevaren. Waren het echt 178 sluizen? Jawel en we zijn het eigenlijk alweer vergeten. We maakten de afgelopen 21 dagen 164,4 draaiuren en verstookten daarbij een nog geen 750 liter diesel. Voor de snelle vaart die we maakten valt 4,5 liter per uur zeker niet tegen. Na een gemiddelde van bijna acht uur per dag varen was de schipper wel even aan rust toe. Maar we waren keurig op tijd om aan de eerste klus te beginnen. Maar daarover de volgende keer.

TON