Home Columns "09 - "10 6 Vakmensen
6 Vakmensen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 04 December 2009 16:45
Wie kent het niet, je gaat met een kapot apparaat ergens naar een winkel annex reparateur toe en na een korte blik wordt geconstateerd dat dit echt zijn tijd gehad heeft. In het gunstigste geval moet er een stuk binnenwerk worden vervangen waarvan de kosten ongeveer gelijk zijn aan een nieuw apparaat. Auto’s zijn hierbij een berucht voorbeeld. Garages vervangen alleen nog maar. Reparaties zijn er bijna niet meer bij en kunnen soms simpelweg ook niet. Uitdeuken bestaat nauwelijks meer. Een spatbord of ander carrosserieonderdeel wordt bij schade zonder enig nadenken vervangen door een nieuw exemplaar. 
In de Franse campagne en de provinciesteden zijn ouderwetse vaklieden echter nog hier en daar te vinden, hoewel ook hier van een “uitstervend ras” moet worden gesproken. Je kunt er niet naar toe om een nieuw apparaat aan te schaffen, want het gaat uitsluitend om de werkplaats.
Werkplaatsjes die niet zozeer gericht zijn op verkoop van spullen maar op verkoop van vakmanschap.
Kort bij de kade waar wij leven zit nog één van die oude vakmensen waarbij het altijd leuk is om er naar toe te gaan. Pierre de oude horlogier werkt al een mensenleeftijd achter dit ene raam. Gelukkig liep dezer dagen mijn horloge niet meer, dus kon ik weer eens naar de oude Pierre om te vragen of hij mij uit de brand kon helpen. Pierre zal nooit zomaar zeggen dat ik er gewoon een ander batterijtje in moet stoppen. Hij bekijkt het klokje aan alle kanten, zet de loep op zijn hoofd en wijdt er een aandachtige studie aan. Als ik voorzichtig opper dat er mogelijk een ander batterijtje in moet schudt hij energiek van nee. Kijk maar: het loopt! Kennelijk is na enige rusttijd en na het vervoer nog een vonkje leven ontstaan. Hij ziet mijn verbazing, mompelt dat je die dingen altijd goed moet bekijken en loopt naar zijn instrumenten. Zorgvuldig wordt daar het dekseltje van het batterijtje verwijderd en zowaar: er komt een meetapparaat aan te pas om toch maar zeker te zijn. Na enkele ogenblikken slaakt hij een zucht en deelt mij mede als was het een dierbaar familielid, “C’est mort”. Gepast treurig antwoord ik “domage”. Nu komt een mooi moment, want het lijkt alleen maar een zeer klein werkplaatsje, maar her en der komen laatjes en dozen te voorschijn als Pierre een onderdeel nodig heeft. In dit geval moet hij na enkele minuten toch mededelen dat het hem oprecht spijt maar dat nu juist dit batterijtje niet in voorraad is. Het makkelijkst in de Franse taal is het schouderophalen onder het uitblazen van een “Pfft…..”. C’est rien, niet interessant, dus kan Pierre aanbieden dat ik de komende week maar even langs moet komen.
Nu komt het er op aan. Maak je nu de fout om je horloge mee te nemen dan loop je dikke kans de week daarop voor niets terug te komen. Gewoon laten liggen, hand schudden, nog een mooi weekeinde wensen en weglopen. Natuurlijk ligt de week daarop het horloge klaar. Ik heb het ook nog even schoon gemaakt is de mededeling als ik kom kijken of het slachtoffer alweer tot leven gewekt is. Voor zeven euro ben ik weer voor minstens een jaar klaar. 
Opnieuw worden er hartelijk handen geschud en vriendelijkheden uitgewisseld. Bijna ben ik de deur al uit als ik bedenk dat van mijn andere horloge het leren bandje gebroken is. Eigenlijk ga ik er niet van uit dat hij op dit terrein iets te bieden heeft. Toch staan er binnen de kortste keren wat dozen op zijn toonbankje en komen er leren bandjes tevoorschijn. Niet allemaal de meest moderne kleuren, maar toch. Ik zie er een waarvan ik denk dat die voorlopig best kan. Het bandje wordt naast het horloge gehouden en Pierre schudt driftig zijn hoofd. Volgens mij past het echter wel. Natuurlijk komt er dan een schuifmaat aan te pas om definitief uitsluitsel te geven. Nu is het een categorisch nee. Het bandje is twee millimeter te smal. Dit keer helpt mijn schouderophalen niet, ook al herhaal ik het nog een keer fanatiek. “Nee, dat ga ik u niet verkopen”. Kennelijk is dit serieus zijn vakmanschap te na. 
Weer schudt hij allerhartelijkst mijn hand en tot ziens maar weer. Zonder bandje sta ik dus op de stoep. Jammer, want alleen al het rondkijken in een werkplaatsje zoals dit is een genot. Dat hij daarbij zijn vak verstaat heeft hij al meermalen bewezen bij reparaties die elders onmogelijk werden geacht. Jammer ook dat hij al stevig op leeftijd is. Als hij er eerstdaags mee stopt is daarmee weer een mooi stukje verleden geschiedenis geworden.

TON WILHELM