1 - Markt Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Saturday, 09 October 2010 16:40

We eindigden het seizoen 2009 – 2010 met de “Vide Grenier”: de bekende Franse rommelmarkt. Het zomerseizoen is het grote moment voor de Vide Grenier. Hele lijsten worden er gepubliceerd van plekken waar iedere particulier zijn/haar  zolderopruiming aan de man kan proberen te brengen; “Professionals” trachten datgene wat ze, dikwijls s’morgens  in alle vroegte, op diverse rommelmarkten hebben ingeslagen op een andere plek weer met enige winst te verkopen; Professionele antiekhandelaren zoeken er met enkele voorbeelden van hun handel naar klanten die ze naar hun winkel uit kunnen nodigen. Al met al een soort van zich voortdurend verplaatsende Koninginnedag. Inclusief drank, muziek en snacks. Men beleeft er veel plezier aan. Franse toeristen en toeristen van vele andere nationaliteiten besteden een deel van hun vakantie aan het aflopen van deze markten. Wij wachten tot de toeristen weer verdwenen zijn. De prijzen op dit soort markten gaan dan ook weer drastisch omlaag.

Zelfs de gewone weekmarkt kent een dergelijk seizoensverschijnsel. Een goede neus voor de verhouding tussen prijs en kwaliteit is dan op z’n plaats. Gelukkig begint inmiddels alles weer wat tot rust te komen en wordt het weer mogelijk echte aardige koopjes te vinden.

Deze zomer brachten we een groot deel van de tijd door in de Bourgogne. Een streek die vooral in de maanden juli en augustus een grote toeloop kent. Natuurlijk komen velen om de bekende plekken met de namen van grote wijnen te bezoeken. Maar naast de vele caves waarbij je in vele dorpen terecht kunt, zijn in dit gebied ook de zomerse vide greniers een toeristische attractie van belang. Nu zijn wij ook niet vies van het bezoeken van deze markten. Naast de triomf van het vinden van een kleinigheid die je aanspreekt zijn het plekken waar het altijd weer leuk is om mensen te kijken. Je vraagt je dan soms af waartoe allerlei gekochte rommel wordt meegesleept. Mogelijk valt het thuis buiten de roes van de markt weer tegen. Geen nood: er komt altijd wel weer een markt waar je zelf kunt gaan staan.

Een permanente vide grenier, niet ver van onze winterse woonplek is de “Emmaüs”. Een gigantische rommelmarkt in een reeks oude fabrieksgebouwen. Hier kun je ook heel gericht gaan winkelen omdat de diverse soorten tweede hands materialen in verschillende afdelingen gesorteerd zijn. Naar de textielafdeling gaan we als we weer eens moeten schilderen. Een groot pak oude en versleten maar schone lakens en handdoeken koop je hier voor een euro. In de boekenafdeling kijken we met enige regelmaat of er interessante kookboeken zijn te vinden. Ook schoolboeken over de franse taal tikken we hier voor enkele dubbeltjes op de kop. Alles is geprijsd dus je weet exact waar je aan toe bent. Bij de uitgang van zo’n afdeling worden de prijzen van je diverse verworvenheden op een bonnetje geschreven dat je betaalt terwijl je spullen doorschuiven naar een inpakker. Tegen vertoon van je bonnetje kun je dan je pakket in ontvangst nemen en bij de buitendeur moet je ter controle je bonnetje nog eens laten zien en uiteindelijk inleveren. De hele organisatie die er op is gericht goede doelen te steunen draait op vrijwilligers.

Favoriet bij de Emmaüs is voor ons de afdeling die simpel “Grenier” (zolder) wordt genoemd. Hier zijn de min of meer betere aardigheden te vinden die op zijn minst een antieke indruk maken.  Op d

e ene zaterdag in de maand dat de Emmaüs geopend is voor het publiek komen er enkele duizenden belangstellenden op af. De wegen er omheen staan al vroeg vol met files en een half uurtje na opening zijn een reeks grote weilanden vol geparkeerd. Voor de deur van de afdeling “grenier” staat al vroeg vóór opening een rij te wachten van mensen die meestal zeer gericht het een of ander zoeken. Klokslag negen gaat de deur open waarna mensen met vijftigtallen tegelijk worden binnengelaten. Degenen die net niet bij de eerste vijftig horen hebben de pest in. Bij de andere afdelingen worden simpel deuren en hekken geopend. Het is alweer een attractie op zich om te zien hoe men daarna al hollend probeert om zich te oriënteren en de beste spullen te pakken te krijgen. Voor velen is de Emmaüs echter niet een attractie maar een uitkomst om de eindjes aan elkaar geknoopt te krijgen. En jawel, de snelste en geraffineerdste klanten zie je niet zelden ook weer terug op de vide greniers om daar met de hier gevonden spullen weer enkele euro’s te verdienen. Ik heb geen idee of iemand ooit getracht heeft om de omvang van al deze handelsactiviteiten te schatten.              

Al met al moet het enorm zijn: een economie die omgekeerd evenredig bloeit ten opzichte van de officiële economie en nu dus een grootse tijd doormaakt.

 

 

Ton Wilhelm