Home Columns "10 - "11 16 Bureaucraten
16 Bureaucraten Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Saturday, 19 February 2011 09:46

En hoe liep het nu af met dat rijbewijs? In oktober vertelde ik hoe ik na een direct ingrijpen van de Procureur de la République (een mooie naam voor de officier van justitie) in eerste instantie onmiddelijk mijn verlopende Nederlandse rijbewijs terug kreeg en hoe snel en vriendelijk de chef van de afdeling rijbewijzen bij de sous-prefecture mij daarna aan mijn rijbewijs hielp. Zoals uitgelegd zat daar wel een fout in omdat mijn motorrijbewijs voor alle categorieën ineens veranderd bleek in een bewijs van bekwaamheid om een snorfiets te besturen. Laat maar zitten denk je in eerste instantie. Naarmate ik er echter met anderen over sprak bleek steeds opnieuw mijn boosheid over zoveel slordigheid. En misschien zal ik geen motor meer aanschaffen, maar ik zou nu zelfs een handig scootertje of zo’n bejaardenautootje zoals je soms ziet niet mogen besturen zonder eerst weer een test af te leggen. Ook dat is natuurlijk nu niet aan de orde, maar je weet maar nooit.

Op drie december zette ik me dus aan het schrijven van een brief. Bekend met de zeer gevoelige tenen van de Franse ambtenarij zocht ik het midden

 tussen duidelijkheid en vriendelijkheid. En dan is de Franse taal niet behulpzaam. Ik stel me echter altijd maar op het standpunt dat het niet erg is als ze zien dat een brief is geschreven door een niet-Fransman, als je maar beleefd en vriendelijk blijft. Tenslotte is mijn Frans aanzienlijk beter dan hun Nederlands.
Je rekent er natuurlijk niet op dat zo’n brief snel antwoord krijgt. We gingen dus rustig met vakantie naar Nederland en ergens tegen het einde van Januari dacht ik er pas voor het eerst weer aan. Toch raar dat je dan helemaal niets te horen hebt gekregen. Terwijl ik alleen maar vriendelijk veronderstel dat hier sprake is van een vergissing, waarna ik informeer hoe we dit op kunnen lossen.

Nu zit er in mijn koor een dame die al eens eerder heeft gevraagd of ik hulp nodig had in deze kwestie. Doordat ik er indertijd met Franse vrienden uit het koor ook hartelijk om moest lachen had ze lucht van mijn probleem gekregen. Juist op dat moment was ik echter voor verhoor opgeroepen en ik ging er –naar later bleek in principe terecht- van uit dat de zaak daarna opgelost zou zijn. Ik sloeg haar aanbod om zo nodig rechtstreeks met de sous-prefect zelf hierover te spreken dan ook vriendelijk af.
Geconfronteerd met dit wederom raadselachtige verloop maakte ik een copietje van mijn brief en liet die bij een repetitie aan haar zien. Je weet niet hoe hier de procedures zijn tenslotte. Ze las mijn brief met stomme verbazing en stelde me gerust dat er buiten een paar taalfoutjes niets mis was met de brief zelf. “Mag ik hem meenemen?” Maar natuurlijk, op zo’n soort vraag hoopte ik al. De week daarop had ze het druk maar ze zou er op korte termijn iets over laten horen. Een ruime week later belde ze me om te vertellen dat de zaak geregeld was. De donderdag daarop kon ik me bij de sous-prefecture vervoegen waar de kwestie direct zou worden afgewikkeld.

Op de repetitieavond kreeg ik verdere uitleg. Ze had zich op de sous-prefecture bij de chef van het rijbewijzenbureau aangemeld (een dame waar ik na een paar borrels nog wel eens van droom, zij het niet in gunstige zin!). Die reageerde zoals ik haar hoofdzakelijk ken: stuurs en niet medewerkzaam. “Dat dossier kende ze niet!” Toen de met mij bevriende dame zich daarop voorstelde als maat van een gerenommeerd advocatenkantoor draaide de stemming binnen de seconde. Allervriendelijkst werd mevrouw uitgenodigd om binnen te komen via een deur die elektronisch werd geopend. En kijk aan, ook het dossier was in vijf minuten gevonden. “Hoe bestaat het, daar zit een brief van mijnheer in!?” In dezelfde vaart werd geconstateerd dat hier sprake was van een vergissinkje. “Natuurlijk heeft mijnheer recht op een correctie!”

Enfin, op het vriendelijke aanbod om me te vergezellen naar de sous-prefecture ging ik nu graag in. Ook ik werd nu met egards begroet en er werden uitvoerige excuses aangeboden. Mevrouw dacht dat we woensdag zouden komen in plaats van nu op donderdag, dus het rijbewijs lag gereed. Mijn metgezellin viel haar in de rede met de correctie dat we op donderdag besteld waren. (Ik ben er van overtuigd dat mij een snibbig “niet waar” zou zijn toegevoegd) “Ach, heb ik donderdag gezegd” klonk het nu dociel. Even de foto invoegen en plastificeren. En gereed was mijn rijbewijs. Zo simpel kan het dus.
Door ervaring wijs geworden nu eerst even controleren! Waarom staat van de drie categorieën nu de middelste niet aangegeven? Dat doet de computer reageert mevrouw. Mijn metgezellin informeert poeslief of dat nu de nieuwe chef is. Ook bij die sneer blijft mevrouw achter het loket vriendelijk lachen. Nee, als de eerste en laatste categorie zijn ingevuld geldt automatisch ook de middelste. “Ik zal dat op kantoor even controleren” stelt mijn vriendin. Met wederom excuses wordt afscheid genomen.

Buiten krijg ik uitgelegd dat dit niet overal zo werkt. Mijn metgezellin is ook ingeschreven aan de balie in Lyon en daar zien ze minder stroefheid van de ambtenarij. Met die sector heeft ze met haar specialisatie handelsrecht nog al eens te maken. Ondertussen verneem ik wel dat Roanne de afgelopen jaren door stroperigheid van onduidelijke procedures veel arbeidsplaatsen verloren heeft. Als ambtenaren al mee willen werken dan kunnen zij op hun beurt weer dikwijls niet de autoriteiten bereiken die beslissingen moeten nemen of handtekeningen zetten.
Een beetje oubollig platteland heeft zo zijn voordelen. Je moet er echter niet aan denken dat je daar op deze manier dagelijks mee te maken hebt.

TON WILHELM