Home Columns "10 - "11 18 Geschiedenisles
18 Geschiedenisles Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 25 March 2011 11:48

De trouwe lezer heeft het al veel eerder begrepen: we leven hier in de nabijheid van interessante wijngebieden. Bourgogne en Beaujolais zijn uiteraard de meer bekende namen. Maar ik moet zeggen dat ik redelijk gecharmeerd ben van de Côte Roannaise, waar we min of meer midden in leven. Vanwege de hier veel gebruikte druif, de Gamay, werd het gebied lange tijd een beetje met de nek aangekeken. Het leverde immers geen wijnen op die opvallen door hun kracht en bewaarmogelijkheden. De Gamay wordt overigens ook in de Beaujolais gebruikt, waar men er eveneens een heel redelijke wijn van weet te maken. (En dan heb ik het uiteraard niet over het brouwsel dat onder de naam Beaujolais nouveau bekend is geworden)
De Côte Roannaise had de wat lagere dunk waarschijnlijk wel te danken aan een periode waarin het zeker wat minder ging met de kwaliteit. In die periode daalde ook de productie en verdwenen vele wijngaarden. Natuurlijk zijn de productiehoeveelheden ook nu  in de moderne tijd niet te vergelijken met die van de grote namen. De kanttekeningen met betrekking tot de kwaliteit heeft men

 zich echter zeer aangetrokken en door middel van het invoeren van kwaliteitsstandaarden zijn grote stappen vooruit gezet. Thans zijn er mooie wijnen te verkrijgen. Natuurlijk blijft het daarbij voor zover het de Gamay betreft wel een wijn die je niet oud moet laten worden. Maar waarom zou je ook.  Er is nu sprake van fruitige en elegante wijnen die jong kunnen worden gedronken. Een beetje gekoeld et voila!
Inmiddels worden er tevens kwaliteitswijnen geproduceerd met de Chardonay als basis. Bekend zijn ook de mousserende wijnen van het huis Clair die vergelijkingen met vele Champagnes met rechte rug kunnen weerstaan. Ook worden er volop nieuwe wijngaarden ingericht en oude hersteld, waardoor de productiehoeveelheden gestaag toenemen.
Het is merkwaardig dat men thans een betere positie zo moet bevechten. In de achttiende eeuw was dit immers een belangrijk wijngebied. In een lezing in het centrumdorp van de Côte Roannaise, Renaison, kregen we dat uitvoerig uiteengezet door een geschiedkundige die dit specifieke onderdeel uitvoerig heeft onderzocht. Er was sprake van een belangrijk wijngebied omdat Parijs en omstreken een groot deel van hun wijn hier vandaan haalde. Dat had natuurlijk ook te maken met het feit dat reizen in Frankrijk  –en dus ook vrachtvervoer- nog een lastige aangelegenheid was in die tijd. De Loire was hierbij een uitkomst. Het was min of meer de Grande Route waarlangs vele zaken stroomafwaarts vervoerd konden worden. Het beeld wat deze man schetste laat ons Renaison zien als reeds toen een actief en voor die tijd welvarend dorp. Landeigenaren en enkele vrije boeren wisten een grote productie te bereiken die de weg linea recta vond naar Parijs. Het nabij gelegen dorp St André d’Apchon herbergde zelfs de lievelings wijngaard van Louis XVI.  Het aantal ambachtslieden in het centrumdorp Renaison was zeer groot. Niet alleen de velen die rechtstreeks bij de wijnproductie betrokken waren, maar er moesten uiteraard ook fusten worden gemaakt. Die fusten moesten worden gemaakt van hout uit de omgeving. Er was dus een gestage aanvoer uit de bossen naar de vele door waterkracht aangedreven houtzagerijen in het gebied. De fustenmakers waren over het algemeen ook degenen die zich hadden bekwaamd in het maken van wagenwielen en houten wagenwielen slijten snel. In een doorgaande stroom werden de gevulde fusten met wagens naar Roanne gebracht. Nog steeds is er aan die route, thans een drukke winkelstraat in Roanne, te zien dat de weg daar was opgehoogd om met droge voeten door het regelmatig onder stromende land de plek van inscheping aan de Loire te kunnen bereiken. In Roanne was vervolgens sprake van een ware industrie bij het maken van de houten scheepjes waarmee goederen over de Loire konden worden vervoerd. Deze scheepjes kenden alleen maar een heenreis. Ze terug slepen was te ingewikkeld en te kostbaar. En de omgeving van het snel groeiende Parijs kon bouwhout goed gebruiken.
Overigens was de wijn uit die tijd anders dan wat we nu kennen. Het alcoholpercentage lag slechts tussen de acht en tien procent. Vanwege dat gegeven en de onmogelijkheid om andere conserveringsmethoden toe te passen kwam in Orléans, waar de ontscheping plaats vond, een aanzienlijk deel bedorven aan. Dat zorgde in en rond Orléans weer wel voor een interessante azijnproductie. Om een indruk te krijgen van de enorme hoeveelheid wijn die nodig was spreekt -naast de aantallen hectoliters- misschien nog wel meer het gegeven aan dat een consumptie van wijn van gemiddeld een liter per dag per persoon (de hele bevolking mee gerekend) gewoon was. Hier zal zeker mede het gegeven hebben geholpen dat over het algemeen de consumptie van water minder gezond was te noemen. En met die gezondheid was het ook in het welvarende dorp Renaison naar onze maatstaven niet best gesteld gezien het feit dat de helft van de kinderen stierf voordat ze het tiende levensjaar hadden bereikt (een kwart al binnen vier maanden) en van de overlevenden weer de helft stierf voor het zestiende levensjaar.
Daar kon ook de goede positie in de wijnproductie toen nog weinig aan verhelpen.
Enfin, voor morgen hebben we een excursie georganiseerd naar de oudste wijngaard van de hele Côte Roannaise. Daar zullen we zeker de kleine cave niet overslaan waar tijdens de revolutie, na de val van Louis XVI en het in ongenade vallen van de kerk, in het geheim de mis werd opgedragen. Naam van deze wijngaard: La Paroisse, inderdaad, de parochie. In deze naam leeft het verre verleden voort.

TON WILHELM