Home Columns "10 - "11 23 (Sprookjesachtig) wandelen
23 (Sprookjesachtig) wandelen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Sunday, 15 May 2011 07:49

Wandelen, ook zo’n Franse hobby. Wij doen het met een club: iedere maandagmiddag. (Overigens wandelt men niet alleen maar in die club, maar organiseert men veel meer activiteiten op het terrein van gezelligheid zowel als op sociaal en cultureel terrein. Het is één van mijn bronnen als het over veel wetenswaardigs van deze omgeving gaat.) Maar goed: wandelen dus. Niet alleen veel in clubverband, maar bijna iedere zondag wordt er wel ergens een wandeling georganiseerd. Daarvoor worden door de organisatoren uiteraard de mooiste plekken uitgezocht. Bovendien is een grote attractie dikwijls de ravitaillering gedurende dit soort tochten.
Een activiteit organiseren zonder eten en/of drinken is voor Fransen niet goed denkbaar. Maar dat had u al uit vele andere verhalen begrepen. Wel, ook bij het wandelen speelt dit een rol. Zijn er, niet zelden, keuzes mogelijk uit meerdere wandelingen dan wordt er even serieus gekeken wat er aan voedsel wordt geboden, zowel onderweg als bij het eindpunt. Onderweg? Inderdaad, in plaats van de bij wandelaars in Nederland bekende controlepunten waar je een stempel moet halen om aan het einde een medaille in ontvangst te kunnen nemen ga je hier langs bij ravitailleringpunten (meer naarmate je een langere afstand loopt) om je aan regionale of lokale specialiteiten te goed te doen en even gezellig contact te hebben met anderen.
In medailles die toch maar bij de zolderrommel verdwijnen is men bij deze activiteit in het geheel niet geïnteresseerd. Aardig is dat er altijd ook veel deelnemers uit de betrokken omgeving mee doen. Zo hoor je overal weer nieuwe bijzonderheden vertellen.

We wisten van het bestaan, maar maakten zelf dezer dagen voor het eerst kennis met een ander fenomeen: wandelvertellingen of vertelwandelingen, hoe u het ook maar ziet. Ze zijn er in diverse soorten: natuurwandelingen waarop uiteraard veel verteld wordt over de levende natuur waar men doorheen wandelt en eerdaags hopen we kennis te maken met een wandeling die gaat over (daar heb je het weer) al het eetbaars dat in de natuur te vinden is. Maar de afgelopen keer was het een sprookjesvertelling. Ik kon me daar niet onmiddellijk iets bij voorstellen en stond dan ook niet echt te trappelen van ongeduld om mee te mogen doen. Maar Dicky leek het leuk dus ging ik mee voor de gezelligheid. In ieder geval werd de wandeling hoog in de bergen gehouden in een prachtige omgeving. Dat was meegenomen.

In het dorp waar je je volgens de publiciteit als deelnemer kon melden was geen mens te bekennen. Kort voor het formele meldtijdstip kwamen er drie dames opdagen die dachten dat wij de organisatoren waren. Dat viel tegen. Eén van deze dames vermoedde wel te weten waar “La tourbière de Verrerie” te vinden zou zijn hetgeen gemeld stond als uiteindelijk vertrekpunt. En de niet meer weg te denken TomTom leek ons er ook te kunnen brengen. Met dat achter de hand vertrokken we in die richting; toch nog een half uur rijden verder omhoog. En zowaar, op een bloeiende hoogvlakte met onvoorstelbaar mooie uitzichten stond een groep mensen op een parkeerplaatsje bijeen. Iedereen meende dat het hier zou moeten zijn. En ja hoor, slechts vijf minuten te laat arriveerde een autootje met een dame die de vertelster bleek te zijn en een heer die onmiddellijk de inschrijfgelden begon te innen. Leden van de organiserende natuurvriendenvereniging drie Euro en anderen vijf. Tot een van de Fransen vond dat dit verschil onzin was. Ook goed, dan betaalt iedereen drie Euro en kregen we dus het verschil weer terug. Kortom, een in alle opzichten nu al typerende Franse middag.

We hadden het moeten weten natuurlijk, maar La tourbière bombée is het hoogveen en bij nader inzien had deze vlakte inderdaad alles van een veengebied weg. Verbazend op deze grote hoogte, maar heide, veenmos en zegge bleken in grote hoeveelheden aanwezig. Ook na de lange droge tijd waren er, bleek later, nog vele drassige plekken te vinden waar voor de natuurliefhebbers een houten pad doorheen loopt. In dit gebied begon het sprookje zich af te spelen. Meer dan duizend jaar geleden bevond zich hier een enorme binnenzee tussen de Alpen en het vulkaangebied van de Auvergne (werkelijkheid) aan de oever waarvan een meisje woonde met een boze stiefmoeder (daar begon het sprookje).  Met vaardige gebruikmaking van alle schitterende landschapdetails om ons heen liet de vertelster het sprookje voor onze ogen werkelijkheid worden tijdens een wandeling door het gebied. En passant bleek de inner van de gelden veel te weten van bijzondere details uit de omringende natuur: orchideetjes, vleesetende plantjes, bijzondere vlinders etc. Veel van deze details bleken vervolgens ook weer een uitvloeisel van de geschiedenis in het sprookje te zijn. Een prachtige zondagmiddag, een boeiend verhaal en een massa kennis over de omgeving. Wat wil je nog meer. Jammer genoeg hoorde ik niets over de grote hoeveelheid gele bloemetjes waarmee het landschap overdekt was. Bij de constatering: voila, nu weet u alle details over dit landschap en hoe ze zijn ontstaan, kon ik dan ook niet nalaten om mijn eigen bedenksel over de sprookjesachtige herkomst hiervan ten tonele te voeren, (de gesmolten gouden schubben van de eveneens in het sprookje acterende –en later verslagen- draak). De vertelster was aangenaam verrast en vond het prachtig.
Ik ben er zeker van dat dit detail volgende keren een vast onderdeel van het sprookje uit zal maken.

TON WILHELM