1 Klussen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 07 October 2011 18:26

Zoals u eerder heeft kunnen lezen heb ik het geluk gehad mee te mogen gaan zingen in een hier fameus klassiek koor. Een koor dat we in Nederland waarschijnlijk met “Oratorium koor” aan zouden duiden, hoewel ook korter Frans werk en meer populaire muziek van over de hele wereld niet wordt geschuwd. (Voor diegenen die hier minder in thuis zijn: Een oratorium is een omvangrijk vocaal werk veelal met een geestelijke of wereldlijke inhoud voor orkest, zangsolisten en koor.)
Na jaren rond te hebben gezworven en met opslag van materialen en partituren door de hele stad, is het moment aangebroken dat het koor de beschikking gaat krijgen over een eigen onderkomen. Met gepaste vrolijkheid wordt het bericht in ontvangst genomen. Het blijkt te gaan om een eigen gebouw met twee kleine en een grote repetitiezaal, opslagruimte, keuken en kantoor. Niet weinig dus. Het gebouw blijkt wel in erbarmelijke staat door jarenlange leegstand. Gezien de geldelijke middelen zal er ook het een en ander van de zelfwerkzaamheid van de koorleden gevraagd gaan worden. In de euforie van het moment vindt natuurlijk niemand dat een probleem. Bij het leegruimen van het gebouw, waar uiteindelijk containers voor nodig zijn, kan ik door omstandigheden niet aanwezig zijn. Naar ik begrijp zijn velen daarbij wel wezen helpen. Daarna kan het schoonmaken en klussen beginnen.
Natuurlijk gaat het hier niet anders dan elders. Naarmate het klussen langer duurt komt er steeds meer neer op een langzaam kleiner wordende groep. Je bent geneigd daarover te klagen. Het aantal keren dat er tegen elkaar in wordt gewerkt blijkt echter nu al niet gering. Wil je oude verf voorbehandelen omdat deze erg slecht is en bereid je de zaak daarop voor; kom je de volgende dag tot de ontdekking dat een ander er al gewoon verf overheen heeft gesmeerd. Een Frans soort acrylverf die volgens de verhalen in één keer zou moeten dekken. Vergeet het maar.


Het kost bij wijze van spreken bijna geweld om erg slecht hout te schuren en daarna met een grondverf te mogen behandelen. Over nieuw hout gaat direct de verf. Als ik uitleg dat dit zo echt niet kan is er enige aarzeling, maar voor een deel zit het er al op. Phfff....... en schouderophalen is het antwoord: “C’est pas grave” en er wordt verder gesmeerd.
Inmiddels heb ik het door stug doorgaan zover dat de slechtste kant van het gebouw een behandeling krijgt die in ieder geval een beetje in de richting komt van hoe wij het zouden doen.
Met grappen en grollen krijg ik ze nu ook zover dat ze van mijn werk afblijven, hoewel ik voor alle zekerheid wel eens een papier ophang: “afblijven”. De Hollandse methode begint nu een soort van kwaliteitsbegrip te worden. Als ik spreek over mijn persoonlijke verbod om nog vuile materialen in “mijn” nu mooi opgeknapte keuken te behandelen ontstaat er een vrolijke woordenstrijd met de Chef du chœur die roept dat het haar keuken is. Maar als ik de volgende dag binnenkom word ik verwelkomd met schaterlachen. Blijken ze net op dat moment aan de elektriciens serieus duidelijk te maken dat deze na hun werk de keuken wel schoon achter moeten laten omdat anders die Hollander moeilijk gaat doen.

Hoe dan ook, ieder die meedoet heeft veel lol in het werk en vooral in het praten met elkaar. Ben je vijf minuten met iemand samen aan een klus, is die plotseling verdwenen. Er moest even iets tegen iemand anders worden gezegd of een telefoontje gepleegd. Daarna werd simpel een dichtstbijzijnd of leuker klusje aangepakt en zo circuleert men door het werk. De constatering daarvan geeft ook weer de grootste lol. Het moet allemaal niet te serieus worden. Op een wonderlijke manier komen we echter langzaam toch vooruit.
Met voor mij de titel “de verfspecialist” of zelfs “Chef de chantier” wordt inmiddels veel waardering tot uiting gebracht. Anderzijds heb ik me aangepast en neem het allemaal maar wat minder nauw. Ik ben ondertussen toch maar blij dat het er niet meer zo veel zijn die door elkaar heen werken.
Een van de vrolijke Franse dames riep vanmiddag tegen me dat het allemaal wel een beetje chaotisch is (goh…?) “Dit is echt de methode Française”, vertrouwde ze me toe!

TON WILHELM


Op de foto’s: de chef du chœur en echtgenoot in een wat andere rol als gewoonlijk