Home Columns "11 - "12 19 Flashback
19 Flashback Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Sunday, 13 May 2012 12:47

We waren kort naar Nederland en dan stoppen de columns over het Franse leven even. Vooral omdat het te veel aandacht vraagt bij de heel andere dingen die we dan aan het doen zijn.  Niet dat er dan niets te beleven is. Vooral het reizen in Frankrijk levert nog wel eens ideeën op. We waren nog maar net terug van de tournee door Polen en zouden na een dagje verder reizen naar Nederland. Nu was de reis door Polen redelijk vermoeiend geweest. Zes dagen rondreizen met vijf concerten is een behoorlijke opgave. Twee bussen en een bestelwagen met materiaal vraagt enige planning en overwicht op een groep om iedereen en alles steeds weer op tijd ergens te krijgen. Voor ieder concert dan ook nog een repetitie et voila: hèt recept voor een redelijk zware week. De theorie van een dagje rust voor aan de volgende reis te beginnen was dan ook niet zo slecht. Praktisch zaten we tegen de koffers aan te kijken met weinig zin om nu veel om te gaan pakken. En alles zo laten staan midden in het schip wel, …… 

De beslissing was dan ook snel genomen. We zetten alles neer, slapen morgen uit en laden zo alles weer terug in de auto. Geen rustdag maar direct vertrekken na behoorlijk uitslapen. Het werd dus middag voor we vertrokken en we namen ons direct voor om ergens halverwege te overnachten. Een diner was na Polen niet echt meer nodig. Gewoon glaasje wijn en naar bed. We waren dan ook niet al te kritisch bij het zoeken naar een hotelletje. Peage verlaten, dorp binnen rijden en eerste de beste kleine hotelletje binnenstappen. “Hotel du Commerce” stond er met een weidse naam op de gevel. Even dachten we dat ze gesloten waren, maar de eigenaar bleek voor het raam van de gelagkamer te staan kijken en was kennelijk niet al te hoopvol ten aanzien van ons  bezoek. Lastige mensen die dan toch de deur open duwen. Hij maakte zich node los uit zijn dagdromen. “Jawel, we zijn open en we hebben een hotelkamer”. Kijk eens aan, prima voor ons dus.
Het leek er even op of hij ons wilde vragen of we het wel zeker wisten. Maar goed (u moet het zelf maar weten, vulden we ondertussen zijn gedachten in) u kunt verder op in de straat parkeren bij de hotelkamers. Vaag wees hij in de richting van een grote en statige villa. Dat kon nog mee gaan vallen. In de half opgebroken straat verplaatste hij enkele pilons voor ons. “Kunnen we dan niet op het terrein parkeren?”, wezen we naar de villa. Zonder nadere uitleg schudde hij het hoofd, stak over naar een rijtje kleine voormalige arbeidershuisjes en ontsloot een daar van. Het hele huisje bleek te bestaan uit een stuk of vier kamers. De grote kamer beneden achter werd geopend en we stapten de jaren vijftig binnen. Zwaar en donker meubilair en een muffe lucht alsof sinds die jaren de kamer nooit meer open was geweest. Inmiddels nieuwsgierig geworden besloten we te blijven toen we anderzijds wel gewaar werden dat alles brandschoon was. Met een zucht aanvaardde de eigenaar onze keuze. “Komt u maar mee dan”.

Terug in de eveneens antieke gelagkamer kwam een heus rekeningenblok tevoorschijn en enigszins moeizaam werden alle gegevens genoteerd. Zelfs een controle van de paspoorten bleek in zijn opinie noodzakelijk. Nooit maakten we in een klein hotel zo’n uitgebreide procedure door. “En graag direct betalen en per bankpas of creditkaart is onmogelijk”, klonk zijn stellige bevel in de eerste volzin die we van hem mochten vernemen. We keken elkaar aan en hielden met enige moeite het lachen binnen. “Aan de overkant kunt u geld trekken”, voorkwam hij een volgende vraag. Ook een soort van betaalautomaat voor hem dus. Terwijl Dicky de benodigde middelen ging bemachtigen vroeg ik hem naar een lokale wijnsoort. “Alleen zeer witte”, stelde hij. Gezien zijn verder tamelijk zwijgzaam en volledig humorloze gedrag  begreep ik het niet direct, maar het kwam er uiteindelijk op neer dat in deze streek uitsluitend melk wordt geproduceerd. Uiteindelijk bleek er toch nog een fles Bordeaux voorradig te zijn. Waarschijnlijk vele winters en hittegolven overleefd. “Nog drinkbaar” zal ik maar zeggen. Goed als slaapmusje.

Na wat manipuleren met een tweetal afstandsbedieningen was in ieder geval France I te ontvangen. Met de deur goed op slot vanwege het wat Hitchcock-achtige decor waarin we terecht waren gekomen hadden we ondanks alles een rustige nacht. Na de volgende ochtend even buiten voor de gelagkamer wachten, ging zowaar ook daar de deur open en werden er snel stokbrood en croissants gehaald. Die waren dus zeer vers en met de bakker bleek niets mis.  In de stilte van het ontbijt werden we opeens opgeschrikt door een nieuwe volzin van hem: “de confiture heb ik zelf gemaakt”.  Toch nog enige beroeps-eer dus en de jam was gewoon lekker.
In onze auto kwamen we weer een beetje terug in de 21e eeuw. Een aardige ervaring, voor één keer.

Ton