Home Columns "06 - "07 1. De eerste week, ofwel het begin van het grote regelen
1. De eerste week, ofwel het begin van het grote regelen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 08 September 2006 00:00
Met zonnig weer en in gezelschap van twee Engelse boten met evenzoveel gezellige echtparen arriveren we in Roanne. Het is een grote haven. Daar waren we op voorbereid. Dat hij zo leeg zou zijn hadden we niet gedacht. Er zijn geen havenmeesters aanwezig, de sluismeester maakt daar wat grapjes over en wijst ons vaag een richting waar we kunnen gaan liggen. We gaan achter elkaar aan de kade aan de stadskant liggen en komen tot de ontdekking dat de meeste elektriciteitspalen geen stroom geven.

Ik laat de wel beschikbare stroom aan de andere twee omdat ik er van uit ga de volgende dag mijn definitieve plek mét eigen stroomaansluiting te krijgen. Al geheel volgens routine heeft Mike direct ontdekt waar vlakbij een tapbiertje is te krijgen en Gary, Mike en ik gaan als verkenningsgroep vooruit om de kwaliteit te onderzoeken. De echtgenotes volgen later, als de parasols zowat worden weggeblazen door een straffe wind: reden voor de uitbaatster om maar direct te sluiten. Voor alle duidelijkheid: dat lag aan de wind (dachten wij). Later fietsen Dicky en ik wat rond om te zien waar het mooi liggen zou kunnen zijn.
De volgende ochtend willen we niet direct bij de capitainerie op de stoep liggen maar we fietsen een half uurtje na openingstijd daar heen. Gesloten. Een bordje meldt dat de capitaine in de haven rondloopt. We fietsen de haven rond met de foto uit de folder in gedachten maar zien niemand die er op lijkt. Wel loopt er een meisje met een kliko en een soort pincet van een meter lengte alle rommeltjes op te rapen. Terug aan boord zien we haar ook aan die kant van de haven aankomen. Het blijkt een stagiaire van een opleiding Toerisme te zijn, die de havenmeester vandaag waarneemt. Dat wil zeggen dat ze zeer vriendelijk is met het welkom en ons een plek kan aanwijzen waar wel elektriciteit is maar voor het overige van niets weet. Dat duurt tot de daarop volgende dag als monsieur Hervé Petelet persoonlijk weer aanwezig is na een korte vakantie. Veel keuzemogelijkheid qua ligplaats blijkt er niet te zijn en we zien dat de haven vol komt te liggen met vele vaste overwinteraars of mensen met een jaarplaats zoals wij. Onze aangewezen plek valt echter niet tegen en is richting binnenstad, waar we vijf minuten lopen vandaan liggen. Stroom en water worden geregeld en we spreken af de volgende dag te komen betalen. De havenmeester gaat ook achter onze telefoonaansluiting aan.
Voortvarend gaan we direct door naar de dichtstbijzijnde bank omdat we voor zaken als het betalen van een telefoonabonnement hier een rekening nodig hebben. De medewerker van deze Banque Populair meldt dat dit geen enkel probleem is maar dat er wel een afspraak met een manager moet worden gemaakt. Dat kan einde van de week op vrijdagochtend. Het is Frans denken we maar. Dan maar door naar de bibliotheek, waar we een abonnement willen om eenvoudige boekjes te lenen waarmee we beginnen het Frans meer eigen te maken. Ook dat is geen probleem, mits we een bewijs kunnen leveren dat we in Roanne wonen en bereikbaar zijn. Goede raad is duur denken we.
Maar dan komt mevrouw zelf met de oplossing: een betaalbewijs van de haven is voldoende. Met dat geld lopen we nog op zak. We komen dus ook hier wel weer terug. Dat leidt volgens madame geen twijfel, dus krijgen we van haar alvast een rondleiding door wat een zeer grote bibliotheek blijkt te zijn. Alles op het terrein van multimedia is ook aanwezig. Er is een mooie leeszaal en overal zijn computers te vinden om informatie op te zoeken. We zijn onder de indruk.
De volgende dag betalen we de haven en krijgen een indrukwekkende factuur waarmee we volgens de havenmeester overal kunnen aantonen dat we nu inwoners van Roanne zijn. En passant laat hij ons weten dat de telefoon a.s. dinsdag wordt aangelegd. Wat een tempo. Inderdaad zijn zaken in de bibliotheek nu zo geregeld. Vrijdags met een toenemende map papier naar de bank, want dat is nu dus echt nodig. Een vriendelijke jongeman kopieert ongeveer alles wat we bij ons hebben en vraagt dan om een rekeningafschrift van onze Nederlandse bank. Dat hebben we uiteraard niet hier. Maar ik kan inzicht geven via internet. Dat is ook voldoende vindt hij. We moeten dan wel ’s-middags terug komen want nu hebben we ons codeapparaatje niet bij ons. Geen probleem. ’s-Middags weer een vriendelijke ontvangst. Alles in orde, maar hebben we ook een bewijs van inkomen, zoals een jaaropgave? Verbijsterd kijken wij hem aan. Wat is dit nu. De grote baas wil het zo, verontschuldigt hij zich. Ik heb er duidelijk genoeg van en dat is te zien, want hij stelt dat we het natuurlijk ook bij een andere bank kunnen proberen. Hij wijst ons zelfs waar de dichtstbijzijnde is. Het is eind vrijdagmiddag en dinsdag staat de Franse PTT op de stoep. We hollen dus direct naar de andere bank. Een zeer vriendelijke dame, maar we zijn wantrouwig geworden. Ook zij begint over een afspraak de komende week. Ik leg uit waarom we nu enigszins met kort dag zijn komen te zitten. Alle begrip. Ze raadpleegt haar scherm en nodigt ons uit dan de volgende ochtend te komen. Op zaterdag?! Drie keer informeren we of ze zeker is van wat we mee moeten nemen.
Om 11.30 uur op zaterdagochtend blijken we de afspraak met dezelfde dame te hebben. In tien minuten is het geregeld en ze spant zich uitermate in om ons alles uit te leggen. Met de map van de Credit Mutuel staan we om 12.00 uur weer op straat. Gereed voor de komende week. We drinken er maar een pastis op aan de overkant.

Ton