Home Columns "06 - "07 2. Inwoner van Roanne
2. Inwoner van Roanne Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 15 September 2006 00:00
Achteraf zijn we nog steeds verbaasd over de afgelopen week. Uiteindelijk liep alles toch buitengewoon soepel. En ieder spant zich in om je het gevoel te geven dat je hier welkom bent. Wat een verschil met Nederland, waar de gevechten over het wonen in vakantiewoningen en in jachthavens voortduren. Ook Roanne kent b.v. een toeristenbelasting. Echter, wil je hier een hele winter wonen of zelfs een heel jaar? Maar natuurlijk rekenen we dan geen toeristenbelasting. Fijn dat u er bent en goed voor onze middenstand!! Hallo, Nederland……….

We gaan nog even langs de havenmeester, want eigenlijk is er een klamp te weinig op de kade vinden we. Hij geeft ons direct gelijk, grijpt in een kast achter zich en laat de grote klamp zien die al gereed ligt om op de kade te bevestigen.
Ondertussen maken Mike en Sheila zich gereed voor vertrek. Jammer genoeg komen zij pas weer terug als wij in Nederland zijn. Ze overwinteren echter niet zo heel ver weg en willen ons zeker opzoeken als wij er ook weer zijn. Op de ochtend dat de taxi moet komen om hen naar het station te brengen halen we wat croissantjes en bestellen aan de overkant de grote koppen ochtendkoffie met melk waarmee de Fransen hun dag beginnen. We ontbijten zo nog even samen en maken ons gezamenlijk ongerust als de taxi niet verschijnt. De dame van het café brengt uitkomst door te gaan bellen. Het Frans van Sheila behoeft mogelijk enige bijspijkering: de Taxi staat te wachten bij het station. Nu zijn alleen Gary en Annabel nog hier met wie we gisteren nog barbecueden, maar die gaan nu hun Amerikaanse familie van de trein halen. Het is rustig.
Op Dinsdagochtend zit ik de restanten van de Zaterdagkrant te lezen als er op het raam wordt getikt. Ik kijk op en denk: “ik ken die man ergens van, hij lijkt op vriend Wietse”. Maar het is Wietse. Hij was een paar dagen bij vrienden die aan de Drôme wonen en rijdt naar huis een eindje om. Het wordt een gezellige dag met een borrel en alweer barbecue. Wietse besluit al snel om pas de volgende dag verder te rijden. En hierna kan ik me voorlopig bij Dicky’s vegetarische neigingen aansluiten. ‘s-Middags staat ook nog France Telecom keurig op tijd op de kade. Even later is de havenmeester er om te zien of alles goed gaat. Hij loopt met de monteur in en uit en maakt de drukte compleet. Maar al na een half uur hebben we een telefoonaansluiting. Komende week komen ze de spullen voor ADSL dan nog brengen. Het kan niet op.
Met Wietse doe ik ’s-middags op de fiets nog enkele boodschappen en het is verbazend hoe snel je overal alweer thuis bent.
De volgende dag is het telefoongenoegen van korte duur. In de loop van de ochtend is het afgelopen. Ik loop alle aansluitingen na maar kan geen ongerechtigheden vinden. Uiteindelijk blijkt me dat ik wel gebeld kan worden maar alleen zelf niet kan bellen. Opnieuw initialiseren helpt ook al niet. Mogelijk een tijdelijke storing op het net denk ik. Met de Franse mobiele telefoon hadden we het ook al een keer dat we uren niet konden bellen. De volgende ochtend blijkt er echter niets veranderd. Bellen met Telecom? Dat lijkt me te makkelijk tot misverstanden leiden. We gaan dus maar langs bij de winkel die ze hier samen met Orange hebben. Een jongeman bij de ingang vangt me op en informeert naar mijn wensen. Dat gaat snel denk ik, maar hij schrijft een bonnetje uit, geeft me een nummer en verteld dat mijn naam zal worden omgeroepen als ik aan de beurt ben. Het wachten lijkt op de Nederlandse Telecomwinkels. Dan ben ik aan de beurt. Een voortvarend heerschap hoort mijn probleem aan en begint druk te bellen. Ik vang bij dat tempo nog maar half op waar het over gaat. Zijn toon varieert voortdurend tussen een soort plaatsvervangende boosheid en medelijden met de gesprekspartner aan de andere kant van de lijn. Dan klaart zijn gezicht op: “er is een probleem met uw lijn” weet hij me te vertellen. Dat wist ik ook wel, maar het blijkt zeer belangrijk dat dit nu officieel bevestigd kon worden. Dan is plotseling het telefoongesprek over en ik maak me op voor boodschappen over onderzoeken, uit te voeren reparaties, langs komende monteurs etc. “Het is opgelost”, is echter de korte boodschap. Navragen of ik hem wel goed begreep leidt tot bevestiging. Thuis rennen we direct naar de telefoon en er is geen vuiltje aan de lucht. Van pure opluchting bellen we met alle kinderen.
We kijken de volgende dag ’s-avonds nog even hoe het met Gary en Annabel en hun Amerikaanse familie staat. Het is een gezellige bende, waar we direct bij worden betrokken. (Stief)moeder spreekt met ons af dat ze de volgende dag bij ons komt kijken. Annabel bezweert haar moeder dat dit toch niet zo maar kan. Wij vragen ons hardop af waarom niet. De moeder van Annabel is korter door de bocht en stelt: oh, you’re so English. Het bezoek valt de volgende dag echter in het water door de schokkende berichten over verijdelde terreur op Engelse vliegvelden. Hun terugreis die avond kan ook niet doorgaan. Af en toe kijken ze bij ons naar BBC of CNN voor de laatste berichten. De volgende dag vertrekken ze alsnog, maar nu per boot met z’n allen. Ze varen naar Digoin in twee dagen en reizen van daar af naar Parijs. Mogelijk dat dan tegen het einde van de week de narigheid op de vliegvelden wat geluwd is. Ten afscheid varen we mee tot in de sluis. Ook zij gaan ons bellen als ze weer terug zijn.

Ton