Home Columns "06 - "07 3. Weer en geen weer
3. Weer en geen weer Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 22 September 2006 00:00
Qua weer hebben we nu alle zomervariaties wel gehad hier. We kwamen aan in de hitte. Daarna werd het harde wind. Ondertussen weten we ook weer wat hoosbuien zijn en kregen we pittig onweer te verduren. Het begin van het derde weekend ziet er veelbelovend uit met grotendeels blauwe lucht. Voordeel is hier toch wel dat het geen moment koud is geworden en dat iedere bui ook weer door zon werd gevolgd. Geen dreinerige zeurderige regendagen. De kade waaraan we liggen wordt door gras en boomgroepen gescheiden van de weg. Het is een echte flaneerkade. Zo gauw het zonnetje schijnt loopt de kade weer vol. Ik vraag me iedere keer weer af waar ze allemaal zo gauw vandaan komen.

Op Zondag is het eetpatroon goed te volgen aan de wandelaars. In de ochtend is het gezellig druk met diegenen die niet de roep van de luidende kerkklokken volgden. Dan, tegen twaalf uur, zie je het plotseling rustiger worden. Om twaalf uur is alles uitgestorven. Het repas op zondag duurt lang, certainement.
Tegen drie uur is het dan weer vol op de kade. Wij kijken naar al deze wandelaars en geven onder elkaar onbarmhartig commentaar. Omgekeerd worden wij uitvoerig bekeken en zien we dat ook onze aanblik van commentaar wordt voorzien. Nieuwsgierigheid wordt onbeschaamd de vrije loop gelaten. Desnoods ga je op het randje van de kade staan om goed binnen te kunnen kijken. Kinderen worden opgetild om ze ook een ruime blik binnen te gunnen. Op enig moment gaat er iemand in de ingang staan om daar gefotografeerd te worden. Zou hij bij z’n vrienden nu vertellen dat dit zijn nieuwe boot is?
Het is allemaal overigens van een uitermate gemoedelijke sfeer. Kijk je iemand per ongeluk aan, dan wordt er ook altijd gegroet. Het “bonjour” of “bonsoir” is niet van de lucht. Dat geldt ook voor winkelmedewerkers, caissières of gewoon als je iemand tegen komt in een rustige omgeving. Het geeft het leven wel iets vriendelijks. En vergeet bij het vertrek dan vooral niet om verder nog een bon journée te wensen. Heb je een keer met iemand kennis gemaakt dan worden bij iedere ontmoeting handen geschud: ca va?
Zou al deze vriendelijkheid iets met dat aangename weer te maken hebben? Wordt het lastiger om onder een almaar schijnend zonnetje bot tegen elkaar te doen?
Natuurlijk kan het ook hier wel anders, dat merken we op de laatste zondag.
We besluiten mee te doen met de wandelaars en begeven ons in de stoet om mee te flaneren. We maken wat foto’s en lopen in een dik uur de haven rond. In plezierige stemming stappen we weer aan boord. Op de mat ligt een ketting. Die lijkt op de afsluitketting van mijn relingingang. Sterker, het is hem. Hoe is dat nu mogelijk? Dan blijkt bij nader bekijken dat de sluitingen aan beide kanten ontbreken. Verbouwereerd kijken we rond. Het is nog steeds druk. Heeft iemand in deze drukte rustig met een tang (zo vast zat die wel) een harp staan verwijderen? Kort bij zit een man die we inmiddels kennen. Bijna dagelijks zit hij daar op zijn vaste bankje te lezen. Heeft hij iets gezien? Nee, hij was verdiept in zijn boek en vindt het niet te bevatten. Wij ook niet.
Natuurlijk heb ik voor een paar euro een nieuwe karabijnsluiting en een harp. Dat maakt het mogelijk juist nog extra shocking. Dat iemand op klaarlichte dag en in volle drukte simpele dingen van je boot gaat staan schroeven is van een brutaliteit die je woedend maakt. Je kunt er echter weinig mee. Wel heb ik een uurtje later een ingezonden briefje klaar voor de lokale krant waarin ik uitleg hoe schokkend de tegenstelling is tot alle vriendelijkheid die we hier ervaren en de vele vriendelijke mensen die we ontmoeten en dit soort brutaal gedrag. In de eerste plaats kan ik zo mijn boosheid afreageren en in de tweede plaats weet je maar nooit of iemand iets gezien heeft dat kan leiden tot aanwijzing van dit soort xyvrrrrzen. Tenslotte doet het ook mijn Frans goed, want het briefje vloog zo uit de pen. Daarna studeerden we nog wel lang op alle vervoegingen, maar ook dat is van een relatief voordeel. De volgende ochtend verbetert de havenmeester het briefje nog verder en leren we opnieuw bij. Nog even en ik ga de dader dankbaar worden.
Overigens begon de nieuwe dag opnieuw stralend en werd het aangenaam warm.

Ton