Home Columns "06 - "07 9. Zeer oude stad
9. Zeer oude stad Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 03 November 2006 00:00
Roanne is een oude stad. Zoals op zovele plaatsen in West-Europa drukten in eerste instantie ook hier de Romeinen hun stempel op de eerste nederzetting; Een oude nederzetting, gesitueerd bij een frequent doorwaadbare plaats in de Loire. Er wordt in die tijd aan Roanne gerefereerd als “colline du gé” (het waterhoentje van de doorwaadbare plaats). Zulke doorwaadbare plaatsen waren uiteraard belangrijk voor de toenmalige reizigers. De “grote” route naar het noorden en met name richting Parijs werd met zo’n plek gediend. Daarnaast vormde de Loire in tijden van voldoende water natuurlijk ook een belangrijke route op zichzelf. In de Gallo-Romaanse tijd kreeg deze belangrijke plek, die uiteraard ook aanleiding gaf aan steeds meer mensen om zich te vestigen, de naam die tot op de dag van vandaag doorklinkt: Rodumna. Via een reeks van veranderingen (Roduna, Rodanna, Roanna) leidde dat tot de naam in onze tijd: Roanne.
Het kasteel is een trotse benaming voor wat wel een mooi oud pand is. Van het oorspronkelijke kasteel rest echter alleen nog de Donjon die nog juist rechts op de foto te zien is. Kort hierbij bevindt zich een fraai gerestaureerde kerk die nog uit 1312 dateert. Deze is gewijd aan St. Etienne en bevat enkele fraaie gebrandschilderde ramen

 

Beschermer en later patroonheilige van Roanne werd de eerste bisschop van Lugdunum (Lyon), Sint Pothin. Hij stierf in 177 de marteldood. Het jonge Roanne floreerde in die tijd tot dat rond 350 de eerste invasies begonnen. De Franken en de Germanen begonnen tot deze streken door te dringen respectievelijk breidden hun verzet tegen de Romeinen uit.
Hoewel Roanne daarmee aan verwoestingen onderhevig werd, herstelde de stad zich kennelijk snel, want op een kaart van Peutinger uit 390, waarop de grote Romeinse routes in kaart werden gebracht prijkt Roanne alweer als een belangrijke plaats. En dat is het ook lang gebleven.

Slaan we voorlopig even een groot aantal eeuwen over dan ontdekken we dat Roanne later opnieuw belangrijk wordt als plek waar vandaan vele goederen hun weg vonden richting Parijs. In eerste instantie ging dat over de rivier op momenten dat deze daarvoor voldoende water bevatte, zonder het soms ook donderende geweld dat op deze regenrivier kon ontstaan. Alles wat de rijke omgeving van nature te bieden had werd getransporteerd, hetgeen bijdroeg aan de welstand van de zich ontwikkelende stad. Belangrijk werd de stad ook als transporteur van hout en kolen. Deze vonden hun weg over de rivier in scheepjes die bij aankomst in Parijs ook zelf werden verwerkt tot bouwmateriaal of brandstof. Terug slepen van deze scheepjes tegen de stroom in was eenvoudig te moeilijk en te duur. Later werden de transportmogelijkheden uitgebreid door het graven van het lateraal kanaal langs de Loire. Begon dit kanaal in eerste instantie pas in Digoin, waar het ook aansluiting had op het Canal du Centre, later werd het kanaal uitgebreid tot aan Roanne. Daarvoor werd bij Roanne in 1834 de eerste dam in de rivier gelegd, om zo nodig water te kunnen sparen om het kanaal ook ’s-zomers van water te kunnen blijven voorzien. De open doorgang van de Loire naar het kanaal ligt nog steeds aan het einde van de haven en voorziet ook heden ten dage nog het kanaal van water. Dat zorgt er ook voor dat het water in de haven altijd schoon en helder is.
Natuurlijk was de belangrijke rivier soms ook een grimmige vijand. Op diverse plaatsen is te zien dat het water soms de stad in kwam. Inmiddels is er bovenstrooms een grote nieuwe dam, waarachter het meer van Villerest is gevormd. Dit bassin, maar ook waterweringen bij de stad en een keersluis in de doorgang naar de rivier moeten de stad nu voor (te) hoge waterstanden behoeden. Hopelijk liggen wij nu rustig.
In de eerste wereldoorlog was de stad buitengewoon belangrijk als munitiedepot. Toen ook kreeg de huidige haven zijn grote vorm. Ook tussen de wereldoorlogen en tot enige tijd na de tweede wereldoorlog bleef de haven belangrijk als kolentransporteur. Diegenen die hier een jaar of acht geleden als eersten lagen om op hun boot te wonen, kunnen nog vertellen hoe anders de haven er toen uit zag. Gore en grauwe opslagloodsen. Alles zwart van het kolenstof. Echter, met het verschijnen van steeds meer schepen die hier hun vaste ligplaats kiezen, heeft de stad de haven opnieuw ontdekt. Veel smerigs is al afgebroken. Nieuwbouw ontstond evenals parkjes en plantsoenen. Langzaam is de haven iets geworden waarop men trots is in Roanne. En wij mogen daar midden in wonen.
Jammer is het dat van de zo lange en rijke historie van de stad weinig meer terug is te vinden. Een paar monumentale panden herinneren er nog aan en daar is men dan ook uiteraard buitengewoon zuinig op.

Ton