Home Columns "06 - "07 14. Een hard leven
14. Een hard leven Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 08 December 2006 00:00
Vriend Christian met de negentigjarige doordouwer
Notre Dame de Châtel-Mont

De laatste paar weken zijn we nogal eens in de uitlopers –of verder- van de Auvergne te vinden. Vrienden en familie die langs komen vinden dat uiteraard prachtig. Daar voel je je ver van het drukke en landschappelijk gezien plat Nederland. Slechts af en toe een tegenligger en grootse uitzichten. Op een heldere dag is op een hoogte van boven de duizend meter de Gotthard in de verte duidelijk te zien. Ook de Alpen zijn aan de andere kant van de Loire immers niet echt ver weg. Al eerder schreef ik eens dat je van af de haven van Roanne in een half uur in een spectaculair landschap zit. Dat is ook het gebied waar we met onze Franse wandelclub rondwandelen.

Iedere keer zet dus een ander lid van de club die goed thuis is in de omgeving een route uit. Vorige keer begon ik te vertellen over het dametje van negentig jaar dat soms in een straf tempo voorop gaat. Het tekent een leven van oefening. Steeds weer zien we op deze wandelingen nieuwe bijzonderheden en horen we nieuwe verhalen. Aardig gevolg is dat we met ons bezoek geen moeite hebben om een voor hen leuke omgeving op te zoeken. Zo ook weer deze week. We zochten het plaatsje Châtel Montagne op. Eerder kwamen we daar een keer per ongeluk terecht. Het heeft het karakter van een bergdorp en er zijn een groot aantal kunstenaars die hier hun atelier hebben.

Glasblazen, mozaïekkunst, houtsnijden, beeldhouwen, wat is er niet te vinden. Daarnaast beschikt het dorp over een even buiten het dorp staande indrukwekkende Romaanse kerk uit de twaalfde eeuw. Groot en zwaar, uit natuursteen gebouwd en buitengewoon sober, torent hij boven de omgeving uit. En misschien wel juist door zijn soberheid zo indrukwekkend. Je vraagt je af hoe op deze hoogte in een zo dun bevolkt gebied zo’n bouwwerk kon ontstaan. Het plaatsje zelf stelt qua omvang ook niets voor. Wat heeft de lokale bevolking in een leven van hard werken in een onherbergzame omgeving met een hard klimaat gedreven tot de inspanning die hiermee gepaard moet zijn gegaan.
Uiteraard een geloof dat hen tot steun was in het overleven en overwinnen van de dagelijkse tegenslagen; maar dan nog. Nu is het gebied door wegen ontsloten, ook al zijn het er niet veel.

Toen moet zelfs het bereiken van deze plek al een krachtsinspanning zijn geweest.
Het is nog steeds een dunbevolkt gebied. Inclusief de steden en grotere dorpen spreken we over een gebied van 26000 vierkante kilometer met 50 inwoners per vierkante kilometer. (Voor heel Frankrijk is het 104 inwoners per vierkante kilometer.)
Het is voor ons nauwelijks voor te stellen hoe het leven hier in vroegere eeuwen geweest moet zijn. Wij rijden er nu even naar toe om onze gasten een gevoel van vakantie te bezorgen. Deze week is dat een zus van Dicky. Jammer genoeg zijn we nog steeds zo slecht ingeburgerd dat we er weer niet aan denken dat het om twaalf uur gewoon over is tot twee uur of half drie. Wij komen om vijf voor twaalf aan en kunnen nog snel even bij de glasblazer naar binnen die weinig aandacht aan ons schenkt. Kom nou: die buitenlanders doen maar. Het repas wacht en daar wordt niet van afgeweken. Uiteraard bezoeken we opnieuw de kerk. Daar wordt ons vriendelijk te verstaan gegeven dat we door het kleine deurtje naar binnen kunnen. Hier geldt de traditie nog dat een kerk niet sluit. In de sobere -koude- ruimte staat een sobere kerststal. Er naast een stoeltje met een verlengsnoer met een doos met schakelaar. Een bordje geeft de bezoeker vriendelijk te verstaan dat hij zelf de schakelaar mag overhalen als hij de kerststal verlicht wil zien. Het gebrek aan aandacht voor de bezoeker die om twaalf uur verschijnt heeft duidelijk niets van doen met een gebrek aan vriendelijkheid. Gewoon, het repas gaat ook hier op alles voor. Er waren hier tijden dat voor ieder stukje eten gevochten moest worden. Geef ze dus eens ongelijk.

Ton