Home Columns "06 - "07 23. Er bij horen
23. Er bij horen Print E-mail
Written by Ton Wilhelm   
Friday, 09 February 2007 00:00
Steeds weer moet je je mening bijstellen. Vooral doordat je in de haven door zoveel andere nationaliteiten met gelijke interesses omringd bent, ontstaat al gauw het gevoel dat je hier thuis bent. Contacten zijn in die omstandigheden immers ook niet moeilijk te leggen. En de Fransen die je ontmoet bij Franse les, bij het wandelen en in de haven zijn allervriendelijkst. Hoor je er dan bij? Ja en nee. Voldoende om je vriendelijk te bejegenen, te herkennen en begroeten en regelmatig naar je welzijn te informeren. Maar dat is de aard van de Fransman/vrouw. Zo gaat men met iedere (vage) bekende om.

De laatste tijd echter merken we dat er zachtjes aan iets aan het veranderen is.

Dat begon al bij de wandelclub. Een paar keer was ik daar door de omstandigheden na de jaarwisseling als enige vreemdeling aanwezig. En plotseling was ik niet meer verschoond van de onderlinge grappen en grollen. Dat begon al met een paar dames die mij onder het lopen sneeuwballen naar het hoofd smeten. Natuurlijk liet ik dat niet op mij zitten en al pratend met een ander clublid gooide ik onverwacht handen vol sneeuw ongezien naar achteren. Dat had succes.
Na het wandelen liet men plotseling ook de nieuwsgierigheid de vrije loop en wilde men van alles weten over onze leefomstandigheden. Vervolgens ging het over en weer over gebruiken, onder andere rond feestdagen. Sommige van die feestdagen zijn bij ons überhaupt al onbekend geworden. Maar hierbij bleef het niet. ‘s-Zondagsmorgens ben ik meestal al vroeg, om kwart over acht, op pad. De eerste gang is naar de tijdschriftenwinkel waar ik in ieder geval als eerste wil staan om de enige Nederlandse zaterdagkrant te bemachtigen. Natuurlijk kent (de tamelijk stugge) monsieur mij al en tegenwoordig kan er ook ineens een praatje af. Op z’n minst worden wat meningen over het weer uitgewisseld. Daarna naar de bakker. Op het moment van openen staat daar op zondagochtend altijd hetzelfde groepje al gereed om als eerste geholpen te worden. Natuurlijk wordt er gegroet, dat is regel hier. Maar nu is het zover dat ik bij de gesprekken in het groepje betrokken word. Ik hoor zo het een en ander over de diverse families: over vreugde en verdriet. De bakkersvrouw begroet daarna de leden van dit groepje als oude bekenden. Is er een niet aanwezig dat wordt geïnformeerd of bekend is waar die is. Gelukkig had ik dus aangekondigd dat ik er een paar weken niet zou zijn. Wie weet had ik anders weer opnieuw moeten beginnen. Nu wordt geïnformeerd hoe lang we nog in de haven blijven en of we in het najaar straks ook weer terug komen. Mais bien sûr madame, we zijn van plan jaren hier de thuishaven te hebben, er is in Frankrijk nog zoveel te zien. Dat wordt volmondig bevestigd en iedereen heeft wel een favoriete plek, al dan niet de plek waar men geboren is. “Daar moet u heen gaan”. Ook neemt het aantal uitnodigingen om op bezoek te komen toe. Als eerste uiteraard bij de buren. En gelukkig liggen wij in de haven in een hoek waar veel Fransen hun ligplaats hebben. Dat betekent ook altijd wel een gesprekje als je even aan dek of op de kade bezig bent.
Ondertussen ontstaat er een warme band met de lerares Frans. Christiane kan moeilijk uit de voeten, en laat thuis het aan en uitdoen van lichten en het pakken (en openen uiteraard) van een fles cider graag aan mij over.

Ze klaagt haar nood over José, haar eveneens reeds bejaarde echtgenoot, die geplaagd door artrose en problemen met zijn vaatstelsel lastig uit de voeten kan. Eigenlijk zou hij vanwege zijn vaatproblemen elke dag een stukje moeten wandelen. Maar alleen doet hij dat niet en durft hij het waarschijnlijk ook niet goed. De man die dat voorheen met hem deed komt, als gevolg van eigen huiselijke problemen, al enige tijd niet meer. De lezer voelt het al aan komen waarschijnlijk. Inderdaad heb ik aangeboden regelmatig met hem een wandelingetje te maken. En dat gebeurt nu bijna dagelijks. Langzaam lopen we in ruim een uur de haven rond, waarbij José dankbaar gebruik maakt van de vele aanwezige bankjes om af en toe de pijn in zijn benen te laten zakken. Ondertussen praten we over van alles en nog wat. Zo leer ik veel over het boeiende leven van beiden kennen. Ze kennen elkaar een jaar of twintig en zijn recent pas getrouwd. José had als nucleair ingenieur een groot laboratorium in Parijs waarmee hij voor een aantal grote Franse bedrijven werkte. Christiane was lerares Frans in de Verenigde Staten en had daarnaast een schoonheidssalon. José ontmoette haar toen hij voor een congres in de VS was en alle hotels volgeboekt bleken.




Christiane bood hem een slaapplaats aan en niet lang daarna zijn ze in Parijs gaan samenwonen. Dankbaar voor de regelmatige wandeling met José wil Christiane geen betaling meer voor de Franse les. En ja, de wandelingetjes met José zijn een dagelijkse extra les. Je kunt tenslotte niet iedere dag zwijgend ruim een uur met elkaar wandelen. In de haven wordt al gesproken over mijn “vrijwilligerswerk”. Dan begin je er toch wel echt bij te horen, dacht ik.

Ton

Bij de foto’s:
• Christiane wijst zo te zien Dicky ernstig terecht over haar uitspraak: correction.
• Het fraaie schip waarop Christiane en José won